Artikelen:
Geniet van Istanbul met Marc Guillet

Nerveuze Erdoğan in de aanval om verliezen in stembus te beperken

30 mrt
2019
Door: Marc Guillet
Er zijn nog geen reacties

Turkije gaat morgen naar de stembus om burgemeesters en gemeenteraden te kiezen. Velen zien het als een referendum over Erdoğan. De president vreest dat de economische crisis hem stemmen gaat kosten.

Istanboel/Ankara/Izmir

Met zijn hand op het hart en een innemende glimlach verklaart president Erdoğan: ‘Voor ons is Istanboel een liefdesverhaal’. Met die verkiezingsslogan is heel de stad volgeplakt. Erdoğan groeide hier op in de ruige en arme volkswijk Kasimpasha en begon er zijn politieke loopbaan als burgemeester in 1994.

Sindsdien is de uit zijn voegen gegroeide metropool in handen van conservatieve moslims, die sinds de jaren ’50 massaal het platteland voor de stad verruilden. De grootste stad van Turkije, waar bijna een vijfde van de bevolking woont, wordt gezien als de symbolische hoofdprijs bij de lokale verkiezingen van zondag.

Dat blijkt ook in Üsküdar waar activisten druk bezig zijn om de kiezers te wijzen op het belang van een hoge opkomst. Uit luidsprekers van een voorbijrijdend busje klinkt aanstekelijke marsmuziek. Oorverdovend. Twaalf keer dreunt het refrein: ‘Recep Tayyip Erdoğan’.
De melodie komt uit de film over de Mongoolse heerser en veroveraar Dzjengis Khan. De Turkse tekst is een ode aan Erdoğan: de langverwachte leider waar moeders voor bidden, de hoop van miljoenen, de stem van de onderdrukten, de man die gerechtigheid brengt en een nachtmerrie is voor zijn vijanden. Het marslied sluit perfect aan bij het beeld dat de president van zichzelf schetst als de sterke leider en Turkije’s hoop in bange dagen.

Voddenboer Şaban Coşkundere (65), die zijn handkar voortduwt, houdt van het partijlied. En van Erdoğan. “Moge God onze president gezondheid schenken”, zegt hij. “Wij zijn arm. Hij helpt ons. Gas hebben we niet. Mijn vrouw kookt op steenkool, die krijgen we van hem”.

Erdoğan is populair in Üsküdar, een conservatieve deelgemeente aan de Aziatische kant van de stad. De president heeft er een huis en gaat er stemmen. Peilingen voorspellen echter dat de eerste recessie in tien jaar hem ook in Istanboel stemmen gaat kosten.

In het laatste kwartaal van 2018 kromp de economie met 3 procent. De werkloosheid groeit. Ruim 3,5 miljoen Turkse mannen en vrouwen, een kwart van hen jongeren, kunnen geen baan vinden. De particuliere woningbouw, jaren lang een van de dynamo’s van de economische groei, ligt al een jaar vrijwel stil. In een poging faillissementen te voorkomen, hebben honderden bedrijven uitstel van betaling aangevraagd. Samen gaan Turkse bedrijven gebukt onder een schuldenlast van $285 miljard. Banken staan onder druk van de regering om ook bedrijven waarvan vaststaat dat ze hun betalingsverplichtingen niet kunnen nakomen, nieuwe leningen te verstrekken.

Particuliere consumptieve uitgaven en investeringen zijn respectievelijk met 9% en 13% afgenomen tot hun laagste niveaus sinds 2009. De middenklasse heeft voor $158 miljard aan harde valuta ingekocht als buffer tegen de wispelturigheid van de lira, die het afgelopen jaar 30% van zijn waarde verloor.
De recessie is nog niet over haar dieptepunt heen, aldus econoom en Turkije-analist Nora Neuteboom van ABN Amro. “We verwachten een verdere contractie van 2,5% in het eerste kwartaal, 2% in het tweede, 1,5% in het derde en 0% in het vierde kwartaal”, zo schrijft ze in een analyse voor investeerders.

De prijzen stegen met zo’n 20 procent. Die van groenten nog meer. “Maar wij verdienen er amper aan”, zegt boer Osman die met zijn vrouw Hülya in een marktkraampje onder meer wilde prei, olijven en biologische wijn verkoopt. “Onze kosten stijgen harder dan wat we voor onze producten krijgen”.

Twee op de drie Turken geven de regering de schuld van de recessie. Zoals de 60-jarige autospuiter Ismail die wegens gebrek aan klanten ontslag kreeg en nu werkloos is. “Erdoğan steekt al het geld in wegen, bruggen en tunnels, maar kleine bedrijven kunnen niet overleven doordat alles zo duur is geworden. Ik overnacht bij de daklozenopvang”, zegt de alleenstaande, gescheiden vader. “Mijn schulden lopen op. Ik probeer van 20 lira (3 euro) per dag te overleven.”

Huisvrouw Nuray verwijt de regering wel veel geld uit te geven aan de 3,6 miljoen Syrische vluchtelingen maar niet aan werklozen. “Syriërs pikken onze banen in. Mijn man is pijpfitter en heeft onregelmatig werk, daarom kunnen we onze schulden niet afbetalen. Voor vlees en nieuwe kleren heb ik geen geld. De AKP krijgt mijn stem niet meer”.

Ook marktkoopman Mehmet, een gebedskrans tussen duim en wijsvinger, keert Erdoğan de rug toe. Vooral verontwaardigd is hij over diens uitspraak dat marktkooplieden en andere tussenhandelaren ‘terroristen’ en ‘landverraders’ zijn omdat ze schuldig zouden zijn aan de prijsstijgingen van aardappelen, uien en tomaten. Mehmet: “Het wanbeleid van de regering, daar ligt het aan. Huisvrouwen betalen daar de prijs voor. Ze rapen zelfs aardappelen op die ik als afval weggooi”.

Erdoğan (65), al 16 jaar aan de macht, is duidelijk nerveus. Vrijwel elke dag draaft hij op bij twee of drie grote manifestaties om zijn kiezers, als een politieke straatvechter, bulderend in te peperen dat er veel meer op het spel staat dan lokale politiek.

‘Economische crisis’ komt niet over zijn lippen. “Hij probeert de aandacht af te leiden met het zaaien van haat en angst”, aldus Mustafa, die in de toerismesector werkte.
Zijn tactiek is: aanval is de beste verdediging. Zijn hoofdthema: je bent voor ons of voor de terroristen. Volgens hem wordt Turkije sinds 2013 van alle kanten aangevallen door binnen- en buitenlandse vijanden die ‘het voortbestaan van ons land bedreigen’ en proberen te verhinderen dat Turkije een sterk en welvarend land wordt.

“We zullen degenen die ons land willen verdelen en onze vlag willen vertrappen geen enkele kans geven”. Oppositieleider Kemal Kiliçdaroğlu (70) van de Republikeinse Volkspartij (CHP) brandmerkt hij als een ‘putchist’ aangezien hij in de nacht van de mislukte coup niet de straat opging om de democratie te verdedigen. Kandidaten van de CHP kritiseert hij als ‘vrienden van de terroristen’ doordat ze in steden in het westen van Turkije, zoals Istanboel, Ankara, Izmir en Bursa worden gesteund door de linkse, pro-Koerdische partij HDP.

Naast populistisch en nationalistisch verbaal geweld haalt Erdoğan ook andere trucs uit de kast om ervoor te zorgen dat de verwachte verliezen in de grootste steden tegen de verenigde oppositie binnen de perken blijven. Zo heeft hij politieke zwaargewichten als ex-premier Binali Yildirim en voormalig minister van Economische Zaken, Nihat Zeybekci, ingezet als troefkaarten om burgemeester te worden in Istanboel en Izmir.
Verder probeert zijn minister van Binnenlandse Zaken 231 kandidaten van de oppositie te diskwalificeren door te laten onderzoeken ‘of ze banden hebben met terroristische organisaties als de PKK, de Gülenisten en de Islamitische Staat’.

Erdoğan heeft de Koerdische kiezers gedreigd dat als ze weer kiezen voor burgemeesters van de HDP die zullen worden afgezet aangezien ‘die partij banden heeft met de PKK’. Ongeveer honderd Koerdische burgemeesters zijn eerder zonder enige vorm van proces uit hun functie ontheven. In hun plaats zijn burgemeesters benoemd die lid zijn van de regeringspartij.

Ondanks dit arsenaal aan tactische zetten voorspellen peilingen dat Erdoğan zijn geliefde Istanboel gaat verliezen. “Ook in de hoofdstad Ankara raakt hij de macht kwijt”, voorspelt Özer Sencar, directeur van peilingbureau Metropoll.

Mede dankzij de stemmen van linkse Koerdische kiezers. Die zullen zich niets aantrekken van de dreigementen van de president. “De AKP voert nu een politieke oorlog tegen ons”, zegt parlementslid Murat Çepni van de HDP. “Ze proberen ons te criminaliseren en angst in te boezemen. Dat gaat ze niet lukken. Wij kiezen ervoor ons te verzetten”.

Reageren




*

Oppositiekandidaat wint verkiezingen in Istanboel

Erdoğan wijt nederlaag in Istanboel aan ‘georganiseerde misdaad’

Gevluchte Syrische vrouwen nu aan het werk voor H&M in Istanboel

‘Erdoğan blokkeert persoonlijk mijn terugkeer naar Turkije’