Artikelen:
Geniet van Istanbul met Marc Guillet

Leven van Turkse Koerden ligt in puin

5 nov
2016
Door: Marc Guillet
Er zijn nog geen reacties

Diyarbakir, de ‘hoofdstad’ van het overwegend door Koerden bewoonde zuidoosten van Turkije, maakte het afgelopen jaar Syrische toestanden mee. Delen van de stad zijn in puin geschoten in het opgelaaide conflict tussen het leger en de PKK.

Gisterochtend klopte de nachtmerrie opnieuw aan. Rond 8 uur verandert de straat langs het hoofdbureau van politie in een oorlogsgebied. Met een oorverdovende knal spat een met explosieven volgeladen auto uiteen. De dichtsbijzijnde flatgebouwen zijn total loss en rijp voor de sloop. Ramen zijn zonder het weggeslagen glas holle, dode ogen. Verwrongen ijzer en aluminium hangen aan de geblakerde gevels en uit de kozijnen. Talloze auto’s zijn veranderd in schroot.

Bewoners lopen huilend of in shock rond. Op een van de hogere verdiepingen zit een geschokte vrouw in haar woonkamer op de grond, achter de verwoeste gevel, te bellen dat ze het overleefd heeft.

Negen mensen kwamen om het leven. Ambulances brachten zeker honderd naar ziekenhuizen.

Geen enkele organisatie stelde zich verantwoordelijk voor het bloedbad, maar aangenomen wordt dat het een eerste protest was tegen het aanhouden van 11 Koerdische parlementariërs van de oppositiepartij HDP.

Figen Yüksekdag, mede voorzitster van de Volkspartij voor Democratie (HDP), was op het moment van de aanslag in het politiebureau. Toen ze later naar de rechtbank werd gebracht, had ze het stof van de bomexplosie nog op haar kleren.

Social media zoals Twitter, Facebook, Whatsapp en YouTube werden totaal geblokkeerd. De Turkse lira zakte ten opzichte van de euro en de dollar tot een historisch dieptepunt. Lager dan in de nacht van de mislukte staatsgreep.

Zeven van de aangehouden 11 Koerdische parlementariërs, onder wie voorzitter en fractieleider Selahattin Demirtaş, zijn in voorlopige hechtenis genomen. De anderen werden voorwaardelijk op vrije voeten gesteld. Hun paspoorten zijn ingetrokken om te voorkomen dat ze naar het buitenland vluchten.

Demirtaş zei dat hij zou weigeren vragen te beantwoorden van de aanklager en alleen een korte verklaring zou afleggen. “Ik ben niet van plan mee te doen als een figurant in een juridisch toneelstuk in opdracht van Erdogan”, aldus de gezamenlijke verklaring die door elk van de gearresteerden werd voorgelezen.

“Alleen de mensen die mij gekozen hebben, kunnen mij ter verantwoording roepen over mijn politieke activiteiten.”

Verder liet hij via zijn advocaat weten dat deze arrestaties gezien moeten worden ‘als een nieuwe fase in de civiele coup in opdracht van de regering en het paleis’. Hij stak zijn kiezers een hart onder de riem door te zeggen dat ze zullen doorgaan met de ‘strijd voor democratie, vrijheid en vrede’, en dat er aan ‘deze dagen van tirannie door ons verzet vroeg of laat een einde zal komen’.

Parlementslid Hisyar Özsoy van de pro-Koerdische Democratische Volkspartij (HDP) veroordeelde de politieactie in scherpe bewoordingen en kritiseerde het aanhouden van de politici van de oppositie als ‘het einde van de democratie in Turkije’. Volgens hem is het politieke doel het ‘sluiten van de op twee na grootste partij in het parlement’, omdat de partij het belangrijkste obstakel is voor het invoeren van een presidentieel systeem met meer macht voor Erdogan.

De onschendbaarheid van parlementsleden werd in mei opgeheven. Vooral om de Koerdische volksvertegenwoordigers te kunnen opsluiten en hen zo de toegang tot het parlement te ontzeggen, aldus parlementslid Hisyar Özsoy.

EU politici kritiseerden het arresteren van de prominente Koerden. “De Turkse autoriteiten duwen Turkije nog verder weg van de democratie”, zo veroordeelde Martin Schulz, de voorzitter van het Europese parlement, het juridische offensief. “Hiermee keren de autoriteiten zich ook af van de beginselen, normen en regels van de betrekkingen tussen de EU en Turkije”. In de Turkse hoofdstad Ankara hielden de ambassadeurs van de EU-lidstaten crisisberaad.

Premier Binali Yildirim verdedigde het arresteren en opsluiten van de Koerdische oppositieleiders. “Zij dienen de gevolgen te dragen als ze zich schuldig maken aan terrorisme”, zo reageerde hij op de kritiek van Kemal Kilicdaroglu, de leider van de grootste oppositiepartij  CHP.

Volgens de Koerdische politici zijn alle aanklachten tegen hen politiek gemotiveerd. Zo zijn er tegen Selahattin Demirtas, de voorzitter van de HDP en de fractieleider in het parlement, de afgelopen jaren ruim 70 strafrechterlijke aanklachten ingediend. Tegen 49 andere van de 59 HDP parlementariërs lopen ook strafrechtelijke onderzoeken. Allen worden ervan beschuldigd op te treden als de spreekbuis van de buiten de wet gestelde Arbeiderspartij van Koerdistan (PKK). Die staat in Turkije, de EU en Amerika op de zwarte lijst van terroristische organisaties.

‘Lidmaatschap van en propaganda maken voor een terroristische organisatie’ (PKK) is standaard de aanklacht tegen HDP-politici en tegen journalisten, academici en anderen die kritiek hebben op de manier waarop de Turkse autoriteiten de Koerdische kwestie aanpakken. De antiterrorisme wetgeving is zo breed en vaag geformuleerd dat ook kranten die zich niet houden aan de nationalistische retoriek van Ankara bij het melding maken van het opgelaaide geweld in het zuidoosten ook beschuldigd zijn van ‘propaganda voor het terrorisme’. Om die reden werden begin deze week nog een dozijn journalisten van de krant Cumhuriyet gearresteerd.

 

 

 

 

Reageren




*

Trouwstoet in Turkije eindigt vaak in chaos

‘Dit is mijn Istanboel niet meer’

Koerdische burgemeesters aan de kant gezet om ‘steun aan PKK’

Vakantietijd? Dat is werken op het land en naar koranles