Artikelen:
Geniet van Istanbul met Marc Guillet

Grootste uitdaging voor de Turkse economie: ontsnappen aan de middle income trap

11 jul
2016
Door: Marc Guillet
Er is 1 reactie

Marc Guillet

Tot voor kort werd Turkije de ‘economische parel aan de Bosporus’ genoemd. (1) Een bruisend, dynamisch land dat blaakt van zelfvertrouwen en mega ambities heeft. Terwijl regeringen en centrale banken in Europa steeds weer nieuwe bezuinigingsmaatregelen en steunpakketten aankondigden om banken en landen uit de economische malaise te trekken, produceerde Turkije jaloersmakende groeicijfers. Van 2002 tot 2011 nam het bruto binnenlands product (bbp) gemiddeld met 5,3 procent toe. Met een uitschieter naar boven van 11 procent in het eerste kwartaal van 2011. In dat kwartaal was Turkije de snelste groeier ter wereld, en liet het zelfs China met 9,6 procent achter zich. Het bevestigde volgens de Wall Street Journal Turkije’s status als de ‘rising tiger’ van Eurazië. Kredietbeoordelaars Moody’s en Fitch waardeerden Turkije in 2013 op tot ‘investment grade’.

De afgelopen tijd is de berichtgeving over de Turkse economie minder rooskleurig. De Turkse Centrale Bank trok tijdens middernachtelijk spoedberaad op 28 januari 2014 aan de noodrem en verdubbelde diverse rentetarieven om het dramatische waardeverlies van de Turkse lira ten opzichte van de dollar te stoppen. Zowel het IMF als de Amerikaanse centrale bank noemden Turkije in 2014 de meest kwetsbare opkomende markt. En analisten namen het land op in de fragile five groep van landen met zwakheden en structurele problemen die in de tijden van mooie groeicijfers minder opvielen (Turkije, Brazilië, Zuid-Afrika, Indonesië en India). Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s waarschuwde in februari 2014 voor een ‘harde landing’ van de Turkse economie.

Het is duidelijk dat de groeiparel aan de Bosporus zijn glans heeft verloren. Net zoals bij andere opkomende landen is de ‘mythe ontploft dat ze allemaal op weg waren om de economische wereldmacht Amerika bij te benen’, aldus Ruchir Sharma, hoofd emerging markets bij Morgan Stanley Investment Management. (2) “We zullen nu meer differentiatie krijgen: sommige groeilanden gaan het goed doen, andere niet meer”.

Hoe zit het met Turkije? Wat zijn de sterke en zwakke punten? En hoe staat het met de vooruitzichten op de korte, middellange en lange termijn? Om die vragen goed te kunnen beantwoorden is het nuttig om eerst even in de achteruitkijkspiegel te kijken van de Turkse economie.

Jaren ’80 en ’90: Wild West-kapitalisme

Twee keerpunten springen er uit: de verkiezing van minister van Economische Zaken Turgut Özal in 1983 tot premier; en de benoeming van econoom Kemal Derviş in 2001 tot superminister van Economische Zaken.

De militaire junta onder leiding van generaal Kenan Evren (1980-83) benoemde Turgut Özal tot minister van staat en vice-premier voor de economie. De voormalige staatssecretaris richtte in mei 1983 de conservatieve Anavatan Partisi (Moederlandpartij) op en won amper zeven maanden later meteen de eerste parlementsverkiezingen. Özal zette de deuren van Turkije naar de wereldmarkt open, en begon net als zijn idolen en tijdgenoten, Margaret Thatcher en Ronald Reagan, met het stimuleren van de vrije markt en de export, het privatiseren van staatsbedrijven en het aan banden leggen van de vakbonden. De deregulering die hij doorvoerde, veroorzaakte een soort Wild West-kapitalisme, omdat er aanvankelijk geen wet- en regelgeving was om de opbloeiende vrije markt in goede banen te leiden. Werknemers waren de grootste slachtoffers. Tussen 1979 en 1989 verloren zij 40 tot 60 procent van hun koopkracht door prijsstijgingen van levensmiddelen, bevroren lonen en hoge rentes. (3)

Het tweede belangrijke keerpunt was woensdag 19 februari 2001. Die datum is de geschiedenis ingegaan als ‘Zwarte Woensdag’. Een politieke vertrouwenscrisis tussen premier Bülent Ecevit en president Ahmet Necdet Sezer stortte het land in de zwaarste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog. Zeventien banken gingen kopje onder. De Turkse lira was amper nog iets waard. Ruim een derde van het nationale inkomen ging verloren. Schuldeisers dwongen veel ondernemingen uit het midden- en kleinbedrijf tot faillissement. Grote conglomeraten sneden in hun personeelsbestanden. Duizenden werknemers verloren hun baan en inkomen. Paniek alom.

Iedereen begreep dat er drastische maatregelen nodig waren om de Turkse economie weer op de rails te krijgen. Premier Ecevit vroeg econoom Kemal Derviş om minister van Economische Zaken te worden. Hij begon met hervormingen om de economie gezond te maken en te moderniseren.

De verziekte banksector kreeg strenge richtlijnen opgelegd. De Centrale Bank werd onafhankelijk van de politiek en kreeg voor het eerst een toezichthoudende rol. De hollende inflatie, die soms boven de 90 procent uitkwam, werd getemd. De rente ging omlaag en de Turkse lira kwam eindelijk in rustiger vaarwater terecht.

Radicale transformatie onder AK partij

Bij de vervroegde parlementsverkiezingen op 3 november 2002 kregen de oude partijen de rekening gepresenteerd voor het veroorzaken van de crisis en hun corrupte beleid. Geen van de drie partijen in de regeringscoalitie van premier Ecevit keerde terug in het parlement. De meeste stemmen gingen naar een spiksplinternieuwe politieke formatie, de Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AK partij) onder leiding van de hervormingsgezinde politici Recep Tayyip Erdoğan, Abdullah Gül en Bülent Arınç.

Deze economisch liberale en sociaal conservatieve partij, die voortkwam uit de politieke islam, besloot vast te houden aan het ingezette hervormingsprogramma en plukte daar bij opeenvolgende verkiezingen de vruchten van. De AKP won alle verkiezingen in de afgelopen dertien jaar. Van 34 procent van de stemmen in 2002 naar 46,6 procent in 2007. En kreeg zelfs het vertrouwen van 49,8 procent van de kiezers in 2011. De partij verloor voor het eerst de meerderheid in het parlement in 2015, maar won ook deze keer weer met 40,87% van de stemmen, waardoor zij veruit de grootste partij bleef, met meer stemmen dan de grootste twee oppositiepartijen samen.

De ambitieuze en dynamische AKP-regering boekte indrukwekkende resultaten. De wispelturigheid van de economie nam af, mede door bekwaam economisch bestuur: fiscale discipline, een onafhankelijk opererende centrale bank en een goed toezicht op de banksector. De inflatie zakte in 2004 voor het eerst sinds 1973 onder de tien procent. De schuld aan het IMF– $23,5 miljard in 2002 – werd in 2013 totaal afbetaald. De export verdubbelde van $73,4 miljard in 2005 tot $157,6 miljard in 2014. De middenklasse groeide van 20 naar 40 procent, volgens een studie van de Wereldbank. (4) De Europese Unie beloonde het hervormingsbeleid en startte in 2005 onderhandelingen voor een mogelijke toekomstige toetreding van Turkije tot de EU. Het groeiende vertrouwen van de EU had een positieve invloed op buitenlandse investeerders. De directe buitenlandse investeringen schoten omhoog van $1 miljard in 2002 tot $22 miljard in 2007. Met een gemiddelde van $13,5 miljard per jaar van 2003 tot 2013. Het aantal multinationale bedrijven dat zaken doet in Turkije groeide van bijna 5.000 in 2005 tot ruim 42.000 in 2015. Verder verdrievoudigde het nominale inkomen per hoofd van de bevolking van $3.516 in 2002 tot $10.379 in 2008. In netto koopkracht gingen de Turken er 38 procent op vooruit. “Turkije is begonnen de inkomenskloof met de ontwikkelde landen te verkleinen”, aldus minister Mehmet Şimşek van Financiën. (5) “Het inkomen per hoofd van de bevolking was in 2002 rond de 37 procent van het gemiddelde in de Europese Unie. In 2013 was het 59 procent”, zo voegt hij er aan toe.

Turkije is bezig met een stille revolutie, een radicale transformatie van een voornamelijk agrarische samenleving met een economie die tot 1983 vrijwel was afgesloten van de wereldeconomie, naar een open, geliberaliseerde economie waarin industrialisatie, dienstverlening en werken voor de export op de voorgrond staan.

Hoe fascinerend snel die veranderingen in de Turkse economische structuur zijn gegaan, blijkt uit de gegevens over de aard en omvang van de export. In 1980 bedroeg het volume van de uitvoer $3 miljard en bestond voor 90 procent uit landbouwproducten zoals katoen, tabak en hazelnoten. In 2014 was het volume van de export $157,6 miljard en bestond voor 90 procent uit industriële producten zoals auto’s, kleding en textiel, chemicaliën, meubels, koelkasten, wasmachines, vaatwassers, drogers, tv-schermen, machines, ijzer en staal.

De regering onder leiding van premier Erdoğan voerde structurele en macroeconomische hervormingen door. De toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie waren daarbij een extra stimulans. Tegelijkertijd begon de economische relatie met Europa te veranderen. De Turkse economie werd minder afhankelijk van Europa. De export naar de EU zakte in van 57 procent in 2002 naar 39 procent in 2012. Dat werd mede veroorzaakt doordat meer ondernemers hun producten gingen verkopen aan landen in het Midden-Oosten, Centraal-Azië, Rusland en Noord-Afrika. Door de Grote Recessie in de eurozone is de vraag daar sinds 2008 ingezakt. De omvang van de economie van de 19 Europese landen is nog steeds kleiner dan voor het begin van de internationale financiële crisis. Desondanks blijft Europa de belangrijkste handelspartner van Turkije. En dat zal zo blijven, is de verwachting, doordat Europa dichtbij is, door de omvang van de Europese markt en doordat Turkije sinds 1996 lid is van de douane-unie met de EU. Deze geïntegreerde economische samenwerking garandeert een vrij verkeer van goederen, met uitzondering van de handel in landbouwproducten en de dienstensector.

Ook op maatschappelijk en cultureel gebied ondergaat de conservatieve Turkse samenleving een radicale transformatie en modernisering. Voorbeelden zijn onder andere de daling van het aantal kinderen per vrouw van 5 in 1970 tot 2,07 in 2013 (6), de afname van het aantal gevallen van kindersterfte per duizend levendgeboren kinderen van 31,6 in 2000 tot 7,4 in 2012, de toename van obesitas, abortussen, eensgezinshuishoudens en urbanisatie. In 1975 woonden vier op de tien inwoners in stedelijke gebieden. Dat is inmiddels gestegen tot rond de 75 procent; meer dan in de meeste Europese landen.

De groeiende en jonge bevolking – met een gemiddelde leeftijd van 30,7 jaar (in Nederland: 42 jaar) – en de voortgaande verstedelijking leveren voor beleidsmakers allerlei hoofdbrekens op, voor ondernemers allerlei kansen.

Belangrijke sectoren in de economie hebben direct te maken met die trends in de bevolking, verstedelijking, en ook in de uitbreiding van de middenklasse. De bouw is met 7% van het bbp en 7,5% van de werkgelegenheid een belangrijke peiler van de economie, en was de afgelopen jaren een aanjager van de groei. Daarnaast de industrie (16%) – autoproductie, witgoed, textiel, huisinrichting. Het grootste aandeel in het bbp heeft de groeiende dienstensector (62%), vergelijkbaar met ontwikkelde landen als Nederland.

Onderwijs onderdeel van de stille revolutie

Onderwijs maakt eveneens deel uit van de stille revolutie op economisch, politiek en sociaal gebied. Minister Mehmet Şimşek van Financiën vertelt er graag over, omdat het zijn leven, en dat van talloos veel andere Turkse kinderen, heeft veranderd en verrijkt. Hij komt uit een Koerdisch gezin in een dorpje in de zuidoostelijke provincie Batman, een van de armste in Turkije. Zijn ouders konden lezen noch schrijven. Er was geen elektriciteit, geen stromend water en geen school in zijn dorp. “Ik ben de jongste van negen kinderen. Geen van mijn zussen heeft enig onderwijs gehad. Sinds 2012 is de leerplicht voor jongeren verlengd van acht naar twaalf jaar. Onder onze regering zijn er 400.000 nieuwe leerkrachten bijgekomen, 210.000 extra klaslokalen gebouwd, het aantal universiteiten meer dan verdubbeld van 73 naar 189, en de investeringen voor onderwijs in de begroting gestegen van 9,4% in 2002 tot 18% in 2012. Onderwijs is investeren in menselijk kapitaal en een van de groeimotoren van onze economie”. (7)

De bewindsman is trots op de vooruitgang, maar hij voegt er meteen aan toe dat ‘de kwaliteit van ons onderwijs problematisch is’. Dat blijkt uit internationale ranglijsten van het Programme for International Student Assessment (PISA) waar studenten uit Turkije in 2012 weer in de onderste regionen te vinden waren op plaats 44 van de 65 landen op het gebied van lezen, rekenen en exacte vakken. Ook op de English Proficiency Index scoren Turkse studenten niet hoger dan 41 van de 60 deelnemende landen op het gebied van vaardigheid in Engels. (8)

Hoewel het Turkse onderwijssysteem langzaam verbetert, heeft nog steeds twee derde van de werkende volwassenen geen middelbare schooldiploma. Slechts 1 procent van de Turkse studenten heeft geavanceerde computervaardigheden, terwijl dat in Polen 33 procent is. Ongeveer een kwart van de Turkse 15-jarigen kan niet goed genoeg lezen om te begrijpen en te analyseren wat ze lezen. Ze worden daarom door de Oeso beschouwd als ‘functioneel analfabeet’. Uit onderzoek van de Oeso blijkt verder dat Turkije het grootste percentage jongeren tussen de 20 en 24 jaar heeft dat geen werk heeft, of op school zit, gevolgd door Griekenland, Italië en Spanje.

Als Turkije zijn innovatiekracht wil verbeteren en vergroten dan heeft het niet alleen meer gebouwen, smart boards en tablets voor studenten nodig, maar vooral een ander type onderwijs. Het is tot de universiteit nog steeds frontaal-klassikaal, alles uit het hoofd leren en reproduceren tijdens multiple-choice toetsen en toelatingsexamens “Het huidige onderwijs is te slaafs, te weinig creatief”, merkt de Nederlandse consul-generaal Robert Schuddeboom in Istanbul op. “Studenten moeten worden gestimuleerd om kritisch en analytisch te denken, om problemen op te lossen. In Zuid-Korea (ook een land met een sterk conformistische, hiërarchische cultuur en groepsdenken) is dat ook gelukt”. (9) Maar er zijn geen tekenen die erop wijzen dat de AKP ook die kant op wil en ruimte wil geven aan eigenwijze vrijdenkers en ondernemende creatievelingen in het onderwijs, zodat Turkije ook Albert Einsteins, Marie Curies, en Mark Zuckerbergs van eigen bodem kan voortbrengen. In plaats van het opleiden van studenten van wereldklasse met een open geest, haalt de regering de teugels verder aan en wil met een nieuw wetsvoorstel nu ook de autonomie van particuliere universiteiten aan banden leggen. (10) Het opleiden van gehoorzame, vrome, en nationalistische studenten lijkt de belangrijkste prioriteit te zijn.

Structurele zwakheden

Als Turkije wil ontsnappen uit de zogeheten middle income trap om te kunnen doorstoten naar een levensstandaard van ontwikkelde landen als Nederland en Duitsland, zal niet alleen de kwaliteit van het onderwijs omhoog moeten. “Voor een duurzame groei moet er meer gedaan worden om het investerings- en ondernemingsklimaat te verbeteren”, aldus Marina Wes, die lead economist was van de Wereldbank in Ankara. “De concurrentiekracht en het budget voor research and development moeten omhoog. En het grote tekort op de lopende rekening, waardoor er een gevaarlijk grote afhankelijkheid is van buitenlands geld om dat te financieren, moet verder omlaag. Net als de inflatie die te hoog is”. (16)

Andere structurele zwakheden in deze opkomende economie van bijna $800 miljard zijn: lage arbeidsparticipatie van vrouwen (30%), grote afhankelijkheid van energie-import (73%), veel te weinig sparen door consumenten, lage pensioengerechtigde leeftijd, te weinig investeringen in hoogwaardige industrie, inefficiënt en gepolitiseerd juridisch systeem, een omvangrijke zwarte markt, corruptie, piraterij (namaak), belastingontduiking, tijdrovende bureaucratie, archaïsche regelgeving op de arbeidsmarkt waardoor het aannemen en ontslaan van personeel aan te veel regels gebonden is.

Het tekort op de lopende rekening is door het bewust afremmen van de import meer dan gehalveerd van 11,2% van het bbp in 2011 tot naar verwachting 4,6% in 2015. Maar ‘de financiering van het lopende rekeningtekort blijft de achilleshiel van de Turkse economie’, aldus Rob Rühl, toenmalig hoofd Business Economics van ING Global Market Research in Amsterdam. “Bijna de helft van de inkomsten die Turkije haalt uit de export van goederen en diensten gaat op aan de betaling van rente en aflossing op de buitenlandse schuld.” (12) Er is jaren op te grote voet geleefd. Consumeren was belangrijker dan produceren.

Turkije pronkte met indrukwekkende groeicijfers, maar die werden vooral opgestuwd door een grote binnenlandse consumptie, oplopende buitenlandse schulden bij bedrijven (van $6,5 miljard in 2002 tot ruim $277 miljard in het eerste kwartaal van 2015), en een explosie in de bouwsector (woningbouw voor de stedelijke groei, het vervangen van oude gebouwen door aardbevingsbestendige gebouwen, grote infrastructurele werken, en de bouw van scholen, ziekenhuizen, winkelcentra, kantoren en opslagruimten). Zo stegen de investeringen door de overheid in de bouw in de eerste drie kwartalen van 2013 met 38,8% en werden er in dezelfde periode 76% meer huizen verkocht. (13) Investeringen in nieuwe fabrieken door Turkse ondernemers bleven vrijwel uit. Evenals verdere structurele hervormingen. Er vloeide immers genoeg goedkoop geld naar Turkije doordat de geldkraan van de Federal Reserve wagenwijd open stond. En ondernemers gaven de voorkeur aan snel veel geld verdienen met vastgoed deals in plaats van investeren in productieve sectoren zoals de industrie, zo klaagt vice-premier Babacan herhaaldelijk. Het aandeel van de industrie in het bbp is inmiddels gezakt van 23,6% in 1998 tot 16% in 2014. In 2012 dreigde een oververhitting van de economie door aanhoudende groei van de consumptieve bestedingen. Een snel groeiend percentage consumenten kreeg grote schulden door het kopen met diverse credit cards en het aangaan van andere leningen; van 3 procent van het bbp in 2003 to 21 procent in 2014.

Sparen is geen traditie in Turkije. Met 12,6% van het bbp heeft het land de laagste spaarquote van alle opkomende landen. China, Indonesië , en India steken daar ver bovenuit. Uit onderzoek van het Britse verzekeringsbedrijf Aviva blijkt dat 38 procent van de volwassenen geen spaargeld heeft. (14) Meer dan 30 procent van de Turken heeft nog geen bankrekening.

Amper sparen en hoge rekeningen moeten betalen door de enorme afhankelijkheid van de invoer van olie en gas veroorzaken dat verontrustend groot tekort op de lopende rekening. Enkele jaren boden de directe buitenlandse investeringen enige verlichting. Ze schoten omhoog van $2,8 miljard in 2004 naar $22 miljard in het topjaar 2007. In de periode van 2005 tot 2010 met een gemiddelde van $16 miljard. In de afgelopen vijf jaar zijn ze afgenomen tot gemiddeld $12,6 miljard per jaar, waarvan bijna drie kwart afkomstig uit de EU. Om de grote ambities voor 2023 te realiseren – de top tien bereiken (nu nummer 18) van de grootste economieën ter wereld, een exportvolume van $500 miljard, en een inkomen per hoofd van de bevolking van $25.000 – moet de Turkse economie met minimaal 6% per jaar groeien en moeten de buitenlandse investeringen gemiddeld drie maal hoger worden. Veel investeerders namen de afgelopen drie jaar echter een afwachtende houding aan in verband met de aanhoudende politieke onrust in Turkije.

Een niet comfortabele landing

    ING-econoom Rob Rühl voorzag begin 2014 geen harde landing voor de Turkse economie, zoals kredietbeoordelaar Standard & Poor’s voorspelde. “Ik zou die terugval van de groei als een niet comfortabele landing willen typeren, waarna de groei zich geleidelijk kan herstellen. Voorwaarde voor die positieve kijk op de zaak is het bestaan van een politieke constellatie die ruimte biedt aan vernieuwing in brede zin. Daarover bestaat nu nog veel twijfel” (15)

Om de economie in balans te brengen en een kwalitatieve sprong te maken van mid-tech naar high-tech, en naar een economisch model voor duurzame groei, zal de overheid verder moeten gaan dan het afremmen van kopen op krediet, het stimuleren van investeringen in de Turkse industrie, en het aanmoedigen van een spaarcultuur. Structurele zwakheden moeten worden aangepakt om te ontsnappen uit de middle income trap.

De Turkse economie was de afgelopen jaren als een metallic goud gespoten Mercedes uit de A-klasse, bouwjaar 2001, opgepept met vette spoilers, blinkende sportvelgen, de nieuwste audio installatie, en andere bling-bling, die na een regenbui op een helling is komen vast te zitten in de modder. Optisch draaien de wielen met grote snelheid, maar de spinnende banden krijgen geen grip en de auto komt niet vooruit. Zo stagneert het inkomen per hoofd van de bevolking al sinds 2008 rond de $10.000. De productiviteit neemt niet meer toe.  Het aandeel van hoogwaardige producten in het exportpaket is maar 3,3%, terwijl het in Indonesië 7,3% is en in Mexico 16,3%. Uitgaven door de overheid voor R&D waren slechts 0,32 procent van het bbp in 2014. “Een groot deel daarvan wordt nog verspild”, aldus Mehmet Mehmet Bayındır, directeur van het nationale nanotechnologie onderzoekscentrum aan de Bilkent Universiteit. Op de Global Innovation Index 2014 staat Turkije op de 54ste plaats van de 143 landen. Toch zijn er zijn ook bemoedigende signalen dat Turkije het belang begint in te zien van krachtige merken, producten en diensten met een herkenbare internationale signatuur. De nation branding en design campagne ‘Turkey, Discover the Potential’, en het Turquality project om Turkse merken internationaal te promoten, zijn stappen in de goede richting. Voor de verdere upgrading van het productie- en exportpakket blijft buitenlandse participatie noodzakelijk. “Met name buitenlandse directe investeerders, die behalve geld ook technologische kennis meenemen, zijn cruciaal om deze ontwikkeling te bespoedigen”. (16)

In dat verband maken analisten zich zorgen over de aanhoudende politieke polarisering, het intimideren van kritische ondernemers, en de inmenging bij justitie door Erdoğan. Slecht voor het ondernemingsklimaat in het algemeen en voor het vooruitzicht van een groei in buitenlandse investeringen in het bijzonder. Erdoğan heeft een kort lontje en lange tenen. Hij is overgevoelig voor kritiek en treedt steeds meer op als een autoritaire machthebber. Evenmin deinst hij er voor terug om landgenoten uit te maken voor ‘landverrader’ wanneer ze het wagen kritiek te hebben op zijn beleid. Dat overkwam in 2014 ook Muharrem Yilmaz, toenmalig voorzitter van het werkgeversverbond Tüsiad. Hij had zijn zorg uitgesproken over de manier waarop de AKP-regering de rechtstaat ondermijnt, de onafhankelijkheid van toezichthoudende instanties ondergraaft, bedrijven met politiek geïnspireerde belastingboetes straft, en de regels van openbare aanbestedingen steeds verandert. Onder dergelijke omstandigheden zullen buitenlandse investeerders Turkije links laten liggen, zo waarschuwde de werkgeversvoorzitter. (17) Erdoğan bewees het gelijk van Yilmaz door hem behalve een landverrader ook nog eens de dreigende woorden toe te voegen: “Met welk lef durf je nog naar deze premier en zijn regering te komen om je problemen met je investeringen op te lossen?” (18)

Kwalen uit het ‘oude’ Turkije van voor 2002, zoals autoritaire betutteling, vriendjespolitiek en corruptie steken weer de kop op in het zogeheten ‘Nieuwe Turkije’ van de AKP. Ze werpen obstakels op voor het herstel van een robuuste groei en het in balans brengen van de economie. Gaat het om een tijdelijke stap terug zoals de Ottomaanse militaire Mehter kapel marcheerde? Twee stappen vooruit en een stap terug. Duidelijk is dat de president geen voorstander is van machtenscheiding, inspraak, onafhankelijke toezichthouders en controlemechanismen zoals milieueffectrapportages, omdat die allemaal vertragend werken op zijn ‘Heilige Mars’ naar een sterk, welvarend en machtig Turkije. Net als de minister van Economische Zaken, Nihat Zeybekçi, en vice-premier Kurtulmuş, kritiseert ook Erdoğan het rentebeleid van de centrale bank herhaaldelijk, omdat het de groei en de investeringen zou belemmeren. Erdoğan beschuldigde de gouverneur van de centrale bank van ‘verraad’ omdat hij de rente niet drastisch verlaagt en daarmee ‘het vaderland verkoopt aan de westerse rente-lobby’. Wil hij met deze politieke druk de onafhankelijke rol van de centrale bank aan banden leggen?

De AKP heeft de onafhankelijkheid van diverse toezichthouders al ondergraven. Zo is de zelfstandige rol van de Openbare Aanbestedingsautoriteit in het afgelopen decennium door de AKP volledig uitgekleed. Toezicht op controversiële aanbestedingen door de overheid is vrijwel onmogelijk geworden. Tussen 2003 en 2013 werd de openbare aanbestedingswet al 29 keer veranderd. Meer dan honderd amendementen werden goedgekeurd om de bevoegdheden voor controle en toezicht in te perken. Het aantal uitzonderingsclausules waarbij aanbestedingen niet hoeven te voldoen aan de juridische voorwaarden is uitgebreid van 8 tot 19. Hoewel de AKP zichzelf afficheert als een partij die zich inzet voor een liberale, vrije markt, blijkt dat maar ten dele het geval. Een betere typering is de definitie die de Amerikaanse politicoloog Ian Bremmer hanteert voor een opkomende economie: een land waar de politiek minstens zo belangrijk is als de economie voor de markt.

Hoe te ontsnappen uit de middle income trap

Het is voor iedereen duidelijk dat Turkije een nieuwe grote sprong voorwaarts nodig heeft. “Stuwraketten moeten worden ontstoken voor een nieuwe lift-off om de Turkse economie in een nieuwe baan te brengen, want de dynamiek, hervormingen en resultaten zijn de afgelopen drie jaar afwezig geweest”, zoals voormalig president Abdullah Gül zegt. Over de vraag wie en hoe het nieuwe groeimodel aangestuurd moet worden, heeft president Erdoğan een duidelijk standpunt. Turkije dient geleid te worden als een bedrijf met een sterke ceo, die niet wordt gehinderd door controlerende instanties. Dat kan volgens hem alleen door zo snel mogelijk een uniek presidentieel systeem à la Turca (‘Türk tip başkanlık modeli’) in te voeren, met zo weing mogelijk ‘checks and balances’.

Minister Şimşek en vice-premier Babacan – vertegenwoordigers van de liberale vleugel in de AKP – zijn daar geen voorstanders van. Zij dringen juist aan op het versterken van onafhankelijke toezichthouders, het terugdringen van de overheid, en het uitbreiden van de vrije markt. Wie de machtsstrijd zal winnen, en welke richting de Turkse economie zal inslaan, zal mede afhangen van de uitslag van de vervroegde verkiezingen op 1 november.  De Turkse zakenwereld gaf  na de parlementsverkiezingen van 7 juni de voorkeur aan een ‘grote coalitie’ van de ideologische tegenpolen AKP (41% van de stemmen) en de sociaal-democratische CHP (25%). En een sterk economisch team, bij voorkeur met een sturende rol van Mehmet Şimşek, Ali Babacan, en/of Kemal Derviş. Het mislukken van de coalitiebesprekingen, het oplaaien van het geweld tussen de PKK en het leger, en het voortduren van de politieke onzekerheid leidden tot een verdere waardevermindering van de lira, een rem op de economische groei en het aanhouden van de economische onzekerheid.

Onzeker blijft wanneer Turkije zijn economie uit de modder kan trekken en nieuwe vleugels kan geven. Externe risicofactoren nemen toe. De Wereldbank heeft de groeicijfers voor de Turkse economie voor 2016 en 2017 naar beneden bijgesteld tot 3,5 procent van respectievelijk 3,9 en 3,7 procent. De aantrekkende groei in de eurozone, Turkije’s belangrijkste handelspartner, blijft namelijk fragiel en het eind van de crises in Syrië, Irak en Rusland zijn voorlopig niet in zicht. China, de op een na grootste economie ter wereld, kampt met de laagste groei sinds 1990, en kan een wereldwijde recessie veroorzaken bij een verdere afname van de groei. (19) Bovendien zit er dit jaar een renteverhoging in de Verenigde Staten aan te komen, die vooral Turkije, met zijn grote tekort op de lopende rekening, hard kan treffen.

Vast staat dat 2015, net als 2014, door de verkiezingen en het daardoor uitblijven van structurele hervormingen, een verloren jaar is voor Turkije. Toch lijkt een terugkeer naar de economisch instabiele tijden van de jaren ’80 en ’90 niet waarschijnlijk. De fundamenten zijn goed. De Turkse economie heeft zijn veerkracht tijdens de kredietcrisis bewezen. Turkije ligt strategisch tussen Europa en Azië. Het is lid van de douane-unie met de EU. De afhankelijkheid van buitenlandse energie wordt teruggedrongen door het opvoeren van duurzame energieproductie. Het land aan de Bosporus heeft een grote binnenlandse markt, een breder wordende middenklasse, relaties met sterk groeiende regio’s, een jonge en steeds beter opgeleide beroepsbevolking, flexibele en ambitieuze ondernemers, een gezonde banksector, en een stabiel macro-economisch beleid. Een veelbelovende mix die ervoor kan zorgen dat ‘Turkije zal opklimmen tot een van de grootste economieën in Europa (van de nummer zeven nu naar nummer vijf in 2030)’. (20)

Een waarschuwing is wel op zijn plaats, aldus Ali Babacan, mede-oprichter van de AKP en sinds 2002 architect van het economische beleid. Een onafhankelijk justitiesysteem en kwalitatief hoog onderwijs zijn volgens hem essentieel om de lange termijn groeidoelstellingen te behalen en te ontsnappen uit de middle income trap. “Als we er niet voor zorgen dat een investeerder kan zeggen ‘ik heb vertrouwen in de Turkse justitie’ dan zal een inkomen per hoofd van de bevolking van $25.000 een droom blijven” (21)

Istanbul, augustus 2015

Noten

  1. Turkey: an economic pearl on the Bosphorus, Rob Rühl en Mohammed Nassiri, in: ING Economic Department, 17 april 2012.
  2. De mythe van de opkomende landen is uiteengespat, Kris van Hamme’s interview met Ruchir Sharma, in: Het Financieele Dagblad, 10 februari 2014.
  3. Erik J. Zürcher, A modern history, New York, St Martin’s Press, 1994, p. 308.
  4. Joao Pedro Azevedo en Aziz Atamanov, Pathways to the Middle Class in Turkey: How Have Reducing Poverty and Boosting Shared Prosperity Helped? april 2014, World Bank Policy Research Papers http://dx.doi.org/10.1596/1813-9450-6834
  5. Interview met minister Mehmet Şimşek van Financiën met auteur, 21 februari 2014.
  6. OECD Family Database oecd.org/social/family/database, 12 juni 2014. OECD – Social Policy Division – Directorate of Employment, Labour and Social Affairs. Chart SF2.1.A. En data van het Turkse Nationale Bureau voor Statistiek TÜİK in: Turkey’s fertility rate falls slightly in 2013 geciteerd in Hürriyet Daily News, 17 april 2014.
  7. Interview met minister Mehmet Şimşek van Financiën met auteur, 21 februari 2014.
  8. English Proficiency Index http://www.ef.com.tr/epi/
  9. Interview met de Nederlandse consul-generaal Robert Schuddeboom in Istanbul, 4 februari 2014.
  10. The slow death of Turkish higher education, A. Kadir Yildirim, OpEd op de site van Al Jazeera, 10 juli 2014, http://www.aljazeera.com/indepth/opinion/2014/07/turkish-higher-education-reform-20147106282924991.html
  11. Interview met Marina Wes, lead economist van de World Bank in Ankara, na haar presentatie van Turkey’s Regular Economic Note in Istanbul, 24 juni 2014.
  12. Interview met ING-econoom Rob Rühl, 27 februari 2014.
  13. Cijfers uit het ‘Turkish Construction Sector Report’ van het onderzoeksbureau Yapı-Endüstri Merkezi, geciteerd in Declining private investment in construction threatens growth, van Sunday’s Zaman, 2 maart 2014.
  14. Anadolu Agency, Young Turks not saving as retired see drop in standard of living, in: Daily Sabah, 27 mei 2014.
  15. Interview met Rob Rühl, Amsterdam, 27 februari 2014.
  16. Idem.
  17. Deze en andere voorbeelden van kritiek op de AKP-regering en de reacties van premier Erdoğan in artikel van de Turkse columnist Kadri Gürsel, Erdogan accuses TUSIAD chairman of treason op de website van Al Monitor http://www.al-monitor.com/pulse/originals/2014/01/erdogan-tusiad-treason-turkey-business-tax-politics.html#ixzz2uvHz8feg
  18. Idem.
  19. China may tip world into recession: Morgan Stanley, Ye Xie en Gavin Serkin, op site van Bloomberg Business, 14 juli 2015. http://www.bloomberg.com/news/articles/2015-07-13/china-may-tip-world-into-recession-morgan-stanley-s-sharma-says
  20. Zie ING rapport “Turkey on the move”, maart 2013, p. 2.
  21. Citaat in artikel Trust in judiciary essential for economy, says Turkish deputy PM, in: Hürriyet Daily News, 16 januari 2014.

One Comment

  1. Agnes van Duffelen schreef:

    Dank voor deze heldere uiteenzetting Mark, het leest goed en begrijpend weg.

Reageren




*

Dordtse Deniz mag al een jaar Turkije niet uit: ‘Ik hoop op vrijspraak’

Duizenden Turken beboet voor roken in auto, maar aantal rokers neemt nauwelijks af

Horendol van ongevraagde verkooptelefoontjes

Animo mkb-ondernemers voor Turkije daalt dramatisch