Artikelen:
Geniet van Istanbul met Marc Guillet

Vluchtelingen uitgebuit in Turkse kledingateliers

23 apr
2016
Door: Marc Guillet
Er zijn nog geen reacties

Human Rights Watch en Fair Wear Foundation: ‘Kledingindustrie Turkije maakt weer gebruik van kinderarbeid.’

Door MARC GUILLET en ANNEMIEKE VAN DONGEN

Schichtig kijken de jonge Syrische vrouwen in de werkplaats weg, wanneer de onverwachte bezoekers binnenkomen. Dan gaan ze verder met hun routinewerk: het inpakken van T-shirts en overhemden die hun mannelijke collega’s aan de lopende band strijken.

De Syrische jonge vrouwen met hun hoofddoeken lijken jonger dan 15 jaar, de minimumleeftijd die de Turkse wet voorschrijft voor arbeid onder lichte omstandigheden. Maar de baas zegt dat ze 17 zijn.

Morgen is het drie jaar geleden dat 1.127 textielarbeiders in Bangladesh om het leven kwamen toen de acht verdiepingen tellende kledingfabriek Rana Plaza instortte. Sindsdien ligt het vergrootglas op het label ‘Made in Bangladesh’. Doen ketens als Primark, H&M en Coolcat genoeg om te zorgen dat Bengaalse naaisters veilig kunnen werken? In de luwte van die aandachtsstorm is in de Turkse kledingindustrie een onbeheersbaar probleem ontstaan. Turkije is, na China en Bangladesh, de grootste leverancier van kleding aan Europa. Turkije is ook het land waar 2,7 miljoen Syrische vluchtelingen zijn neergestreken. Nog geen 10 procent wordt opgevangen in kampen. De rest is op zichzelf aangewezen om in het levensonderhoud te voorzien. Bijvoorbeeld door zwart te werken in een van de 58.000 ateliers en fabrieken die textiel met het label ‘Made in Turkey’ produceren.

In de werkplaats in de overbevolkte textielwijk Sultangazi, aan de rafelrand van Istanbul, is de helft van de arbeiders afkomstig uit Syrië. 5,5 dag per week zijn ze aan het werk. Tien uur per dag, tegen stukloon. Volgens de baas verdienen de jonge vrouwen 300 tot 500 Turkse lira – 95 tot 155 euro – per week.

Of dat waar is, kunnen we niet controleren. Als we vragen of we even met de meisjes mogen praten, stapt de baas plots op vanachter zijn bureau. “Ik heb geen tijd meer. Ik moet weg.”

IMG_0914Syrische vluchtelingen zijn heel makkelijk uit te buiten. Werkgevers betalen hun vrijwel standaard onder het wettelijk bruto minimumloon van 1.300 lira (400 euro), laten hen veel te lang werken en betalen geen sociale premies. Dit misbruik is vooral groot in de textielsector, waar 60 procent van de werknemers nergens geregistreerd is. Dat geldt ook voor de onderaannemers, die bijvoorbeeld borduursels aanleveren. Omdat vluchtelingen te weinig verdienen om van te leven, zien sommigen zich genoodzaakt hun kinderen te laten werken. “Vaak gaan zij door de oorlog in Syrië toch al jaren niet meer naar school. Kinderarbeid was bijna uitgebannen, maar neemt nu weer toe”, zegt Ruth Vermeulen van de Fair Wear Foundation (FWF).

Die organisatie zet zich in voor goede arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie en voert inspecties uit bij leveranciers van meer dan honderd aangesloten Europese kledingmerken. Ook organisaties als Human Rights Watch bevestigen dat kinderarbeid in de Turkse textielindustrie toeneemt.

Yasar Bulut (45), eigenaar van een klein naaiatelier, zegt dat hij zelf geen Syrische kinderen in dienst heeft. “Maar veel andere ateliers wel. Hun ouders zijn arm, hebben amper voldoende geld voor huur, boodschappen en kleding, dus moeten veel kinderen wel gaan werken. We moeten ze wel aannemen, want we willen het niet op ons geweten hebben dat ze moeten gaan bedelen.”

Westerse kledingmerken zijn als de dood om met kinderarbeid te worden geassocieerd. H&M en de Britse kledingketen Next gaven begin dit jaar wel toe dat bij hun Turkse leveranciers Syrische vluchtelingenkinderen zijn aangetroffen. Maar veel andere bedrijven die het Business and Human Rights Resource Centre (BHCCR) enquêteerde, wilden niet op het onderwerp ingaan.

IMG_0905 Primark en C&A erkenden dat in ‘hun’ fabrieken illegale volwassen Syriërs zijn aangetroffen. Volgens C&A, dat zo’n 10 procent van zijn kleding in Turkije laat produceren, was dat het geval bij twee van zijn zeventig leveranciers. Dat andere bedrijven er niet mee te koop lopen, zegt volgens de Fair Wear Foundation weinig. “Elk kledingmerk komt problemen tegen. Maar wat doen ze om de risico’s te elimineren en hoe handelen ze als er toch schendingen van mensenrechten aan het licht komen.”

De banden doorsnijden met fabrikanten, die met vluchtelingen werken, is volgens Vermeulen niet de oplossing. “Daar zijn arbeiders niet bij gebaat. Je kunt beter met de fabrikant in gesprek gaan.”

Dankzij het akkoord dat de EU met Turkije sloot, hebben Syriërs sinds half januari recht op een werkvergunning. De bureaucratie is echter een obstakel. Minder dan 0,1 procent van de Syriërs in Turkije heeft tot nu toe een vergunning om legaal te kunnen werken.

 

Reageren




*

Duizenden Turken beboet voor roken in auto, maar aantal rokers neemt nauwelijks af

Horendol van ongevraagde verkooptelefoontjes

Animo mkb-ondernemers voor Turkije daalt dramatisch

Trouwstoet in Turkije eindigt vaak in chaos