Artikelen:
Geniet van Istanbul met Marc Guillet

Turkije op zoek naar een nieuw groeimodel

1 jun
2015
Door: Marc Guillet
Er zijn nog geen reacties

in: Globe magazine

Een uitgave van Fenedex,  de grootste onafhankelijke organisatie van exporterende en internationaliserende bedrijven.

Het succes van de Turkse regeringspartij AKP was de afgelopen twaalf jaar te danken aan economische groei en politieke stabiliteit. Zondag 7 juni kiezen de Turken een nieuw parlement. Wat zal het effect van de uitslag zijn op de Turkse economie?

Istanbul hangt vol partijvlaggetjes, posters en spandoeken. In alle kleuren en maten. Net zo uitbundig als de Turken zelf kunnen zijn. Het symbool dat de grootste oppositiepartij, de Republikeinse Volkspartij (CHP), hanteert zijn applaudiserende handen in de vorm van graffiti. De partij roept de kiezers op massaal naar de stembus te gaan. Haar belangrijkste anti-regeringsslogan is: “Laten we hen van de hand doen.”

De regerende AK partij wil minstens nog doorgaan tot en met de honderdste verjaardag van de Turkse republiek in 2023. Hun posters scheppen op over een ‘sterk’ en ‘nieuw’ Turkije onder leiding van de ‘man van het volk’, de ‘grote leider’ president Recep Tayyip Erdoğan. Hij spoort de Turken aan om voor stabiliteit te kiezen en zijn AKP vierhonderd van de 550 zetels te bezorgen. Met zo’n ruime, tweederde meerderheid zou zijn partij een nieuwe grondwet kunnen opstellen en een presidentieel systeem invoeren met Erdoğan aan het hoofd. Het is onwaarschijnlijk dat de AKP zo veel zetels zal winnen. De irritatie over de groeiende bemoeizucht en intolerantie van ‘sultan’ Erdoğan nemen toe. En in het elan, de dynamiek en het zelfvertrouwen waarmee de partij sinds 2002 de radicale transformatie van Turkije aanstuurde, komen steeds meer scheurtjes.

Indrukwekkende resultaten

De economisch liberale en sociaal conservatieve Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) was tot enkele jaren geleden een hervormingspartij die indrukwekkende resultaten bereikte. De wispelturigheid van de economie nam af, mede door bekwaam bestuur: fiscale discipline, een onafhankelijk opererende centrale bank en goed toezicht op de banksector. De inflatie zakte in 2004 voor het eerst sinds 1973 onder de tien procent. De economie groeide met gemiddeld 5,2 procent per jaar met een uitschieter naar boven van +12.6 procent in het eerste kwartaal van 2010 en een dieptepunt van -14.7 procent in het eerste kwartaal van 2009.

De overheid betaalde zijn schuld van $23,5 miljard aan het IMF in 2013 totaal af. De export verdubbelde van $73,4 miljard in 2005 tot $157,6 miljard in 2014. De middenklasse groeide volgens een studie van de Wereldbank van 20 naar 40 procent. De Europese Unie opende in 2005 onderhandelingen voor de toetreding van Turkije. Door het groeiende vertrouwen schoten de directe buitenlandse investeringen omhoog van $1 miljard in 2002 naar $22 miljard in 2007. Met een gemiddelde van $13,5 miljard per jaar van 2003 tot 2013. Het nominale inkomen per hoofd van de bevolking verdrievoudigde van $3.516 in 2002 tot $10.379 in 2008. In Nederland gevestigde bedrijven ontdekten Turkije ook als een veelbelovende opkomende markt en zijn al jaren de grootste investeerders in Turkije.

Ook op het gebied van vrijheden en democratie zette de partij stappen in de goede richting. Erdoğan schafte in 2013 het verbod op hoofddoekjes voor gelovige moslima’s af in vrijwel alle overheidsdiensten. Voor het eerst sinds 1923 mogen moslima’s nu met een hoofddoek op studeren. Koerden kregen meer rechten op het gebruik van eigen taal en cultuur. Joden, Grieken en Armeniërs kregen hun in belag genomen bezittingen terug. De overheid financierde zelfs de restauratie van hun kerken en synagoges.

Grote ambities

De opeenvolgende regeringen onder leiding van de charismatische Erdoğan durfden hardop te dromen. Hun ambities voor 2023 zijn in de orde van grootte van ‘the sky is the limit’:

  1. Doordringen tot in de top tien van de grootste economieën ter wereld (nu op de 19de plaats).
  2. Een bruto binnenlands product van $2 biljoen (nu $800 miljard)
  3. Een exportvolume ter waarde van $500 miljard (nu $157,6 miljard)
  4. Een eigen auto en vliegtuig ‘made in Turkey’.

 

De wereldwijde financiële crisis van 2007-2008 gooide echter roet in het eten. De spectaculaire groeicijfers zakten in tot 3 procent. Het inkomen per hoofd van de bevolking blijft al sinds 2008 hangen rond de  $10.000. Dat wordt op dit moment mede veroorzaakt door de zwakte van de Turkse lira ten opzichte van de dollar. De waardevermindering van de munt was de eerste vier maanden van dit jaar het grootst van alle opkomende markten. Maar belangrijker dan de devaluatie zijn structurele oorzaken waardoor het Turkije maar niet lukt uit de ‘middle income trap’ te komen. Uit die val ontsnappen en doorstoten naar de eredivisie van hoge inkomenslanden is alleen mogelijk als de Turkse economie een nieuwe schwung krijgt. De positieve effecten van de hervormingen die na de bankcrisis van 2001 werden ingevoerd, zijn uitgewerkt. Na de verkiezingen is een nieuw groeimodel gewenst. Het opkrikken van de arbeidsproductiviteit moet daarbij centraal staan. En essentiële randvoorwaarden zijn het ontwikkelen van een volwassen, liberale democratie, een onpartijdig justitiesysteem, en stabiele niet-gepolitiseerde instellingen (1).

Structurele zwakheden

Het dynamische en strategisch gelegen land aan de Bosporus met zijn grote markt van bijna 80 miljoen consumenten biedt veel kansen voor exporteurs, maar kent ook diverse zwakheden. Het enorme tekort op de lopende rekening van 4,5% van het  bruto binnenlands product is de achilleshiel. Daardoor is de economie erg afhankelijk van financiering uit het buitenland. Verdere zwakheden zijn de hoge inflatie van circa 9%, grote afhankelijkheid van energie-import (73%), amper sparen door consumenten, te weinig investeringen in kwalitatief hoogwaardig onderwijs, industrie, R&D en in innovatie.

De Turkse econoom Kemal Derviş, de architect van de structurele hervormingen die de economie in 2001 weer in stabiel vaarwater brachten, noemt de periode tussen 2002 en 2007 ‘de gouden jaren van de Turkse economie’. Na de parlementsverkiezingen van 2011, toen de regerende AKP 50 procent van de stemmen won, begon premier Erdoğan steeds autoritairder op te treden. Hij verziekte het politieke klimaat met zijn confronterende stijl en verbale oorlog tegen iedereen die het waagde zijn beleid te kritiseren.

Slecht voor het investeringsklimaat zijn de herhaalde scheldpartijen van Erdoğan aan het adres van de centrale bank en de grootste werkgeversorganisatie Tüsiad. Hij beschuldigt Erdem Başçı, de president van de centrale bank ervan een ‘landverrader’ te zijn en ‘de orders van het westen uit te voeren’, omdat hij weigert het rentebeleid aan te passen aan de wensen van Erdoğan. Die wil een zo laag mogelijke rente om de economische groei aan te jagen. Erdoğan schold vorig jaar ook Muharrem Yilmaz, de toenmalige voorzitter van Tüsiad uit voor landverrader. Die had zijn zorg uitgesproken over de manier waarop de AKP-regering de rechtstaat ondermijnt, de onafhankelijkheid van toezichthoudende instanties ondergraaft, bedrijven met politiek geïnspireerde belastingboetes straft, en de regels van openbare aanbestedingen steeds verandert. Onder dergelijke omstandigheden zullen buitenlandse investeerders Turkije links laten liggen, waarschuwde de werkgeversvoorzitter.

FullSizeRender (4)Niet alleen in het buitenland groeit de zorg over de politisering van de Turkse economie. Ook Turkse investeerders kiezen het zekere voor het onzekere en wijken steeds meer uit naar het buitenland. Uit cijfers van het IMF blijkt dat het percentage van outward direct investment in vergelijking met foreign direct investment in Turkije de afgelopen periode rond de 20 procent lag. In 2014 waren de Turkse investeringen in het buitenland in verhouding tot FDI gestegen tot boven de 50 procent. Vanaf 2003 tot en met 2007 namen de particuliere investeringen in Turkije elk jaar met gemiddeld 19,2 procent toe. Dat cijfer was minus 2 procent in elk kwartaal tussen 2012 en 2014.

Vertrouwen van investeerders herwinnen

De verwachting is dat de AKP bij de verkiezingen opnieuw als grootste partij uit de bus komt. Daarna zal het nieuwe kabinet snel duidelijkheid moeten geven over de ingrediënten voor een nieuw model van duurzame groei. Een door goedkope kredieten gedreven en op binnenlandse consumptie geënte groeistrategie is niet langer een realistische optie.

Er is geen enkele reden om pessimistisch te zijn over de potentie van de Turkse economie op middellange en lange termijn. Maar dan zal Turkije wel de kwaliteit van zijn onderwijs moeten verbeteren, een spaarcultuur moeten onwikkelen en meer investeringen moeten aantrekken. De belangrijkste voorwaarde voor een nieuwe sprong voorwaarts? Martin Raiser, directeur van de Wereldbank in de hoofdstad Ankara, zegt het zo: “De regering zal het vertrouwen moeten herwinnen van de investeerders. Zij willen weten of het land er in slaagt robuuste en onafhankelijke economische instellingen te ontwikkelen.” Pas dan zal Turkije zijn potentie van een groei van 5 tot 6 procent kunnen waarmaken.

Noten:

  1. Zoals onder meer blijkt uit de studie Why Nations Fail. The Origins of Power, Prosperity and Poverty, Daron Acemoglu en James A. Robinson, 2012.

 

 

Reageren




*

Dordtse Deniz mag al een jaar Turkije niet uit: ‘Ik hoop op vrijspraak’

Duizenden Turken beboet voor roken in auto, maar aantal rokers neemt nauwelijks af

Horendol van ongevraagde verkooptelefoontjes

Animo mkb-ondernemers voor Turkije daalt dramatisch