Artikelen:
Geniet van Istanbul met Marc Guillet

Ingreep bij Bank Asya verhoogt risico voor zaken doen met Turkije

10 feb
2015
Door: Marc Guillet
Er zijn nog geen reacties

in: Zaman Vandaag

Het leek verdacht veel op een bankoverval. Alleen hadden de overvallers zich niet vermomd en geen wapens, maar busladingen politieagenten in bivakmutsen meegebracht. En er werd die avond in de Turkse hoofdstad Ankara ook geen geld geëist. De surrealistische inval bij de islamitische Bank Asya was het werk van ambtenaren in opdracht van het Agentschap voor Regulering en Controle van Banken (BDDK).

Het Spaar- en Verzekeringsfonds (TMSF) van de Turkse overheid nam 63 procent van de aandelen in beslag en stelde onmiddellijk een nieuw bestuur en general manager aan. De machtsovername bij de shari’abank werd gerechtvaardigd met het argument dat het afgezette bestuur niet transparant was over de eigendomsstructuur en dat er bepaalde documenten niet op tijd waren overhandigd aan inspecteurs.

Vreemd dat de partners van een bank die al bijna twintig jaar zonder problemen opereren opeens niet meer aan de regels voldoen, zo reageerde financieel analist Uğur Gürses in de krant Hürriyet. Bovendien was de toezichthouder zelf bepaald niet transparant als het ging om uit te leggen wat er nou precies zo ernstig mis was dat ’s avonds laat een inval werd gedaan en heel het bestuur werd afgezet.

“Het is algemeen bekend dat het eigen vermogen van deze bank met 40 procent het hoogste is van alle banken in Turkije”, zegt een buitenlandse bankier in Istanbul die niet met name genoemd wil worden. De kapitalisatie van banken in Turkije is gemiddeld 14 procent. “Dit is slecht voor het internationale imago van Turkije bij buitenlandse investeerders”, zo voegt hij er aan toe.

De ingreep van de Turkse toezichthouder bij Bank Asya lijkt ingegeven te zijn ‘door politieke motieven in plaats van zuiver financieel economische’, zegt Rob Rühl, voormalig hoofd Business Economics van ING Global Market Research in Amsterdam, en nu CEO van Next Market Research.

“Een dergelijke bemoeienis van de regering kan ernstige gevolgen hebben voor de kredietwaardigheid van Turkije op termijn. Zeker nu ook de onafhankelijkheid van de Turkse centrale bank in het geding is”.

Het feit dat Bank Asya banden heeft met de islamitische geestelijke Fetullah Gülen is volgens onafhankelijke analisten de belangsrijkste reden voor de machtsovername. Deze voormalige bondgenoot van president Erdoğan en zijn AKP is sinds een jaar tot belangrijkste vijand verklaard. Aanhangers van Gülen bij politie en justitie zouden in december 2013 met het openbaar maken van aanklachten wegens smeergeld en corruptie tot in de hoogste regeringskringen een staatsgreep hebben willen plegen, aldus de regeringspropaganda. Sindsdien is er een heksenjacht tegen iedereen in het staatsapparaat en de particuliere sector die ervan verdacht wordt banden te hebben met de Gülen-beweging.

“Er was niets politiek aan de interventie”, reageerde vice-premier Numan Kurtulmuş. “Het is een technische ingreep om investeerders te beschermen”.

Al een jaar wordt er echter door de regering politieke en financiële druk op Bank Asya uitgeoefend in een poging deze te verzwakken. Overheidsbedrijven, zoals Turkish Airlines, trokken hun geld terug. In het derde kwartaal van 2014 leed de bank voor het eerst verlies sinds zij in 2006 een beursnotering kreeg. Eind september vorig jaar had de bank 4,48 miljard euro aan leningen uitstaan en 3,48 miljard euro aan spaargeld. Een jaar eerder, voordat de strijd tussen Erdoğan en Gülen uitbrak, stond er nog het dubbele op de spaarrekeningen.

De smeercampagne in de AKP-gezinde kranten dat de bank bankroet zou gaan, leek een ‘self-fulfilling prophecy’ te worden. Zeker met de coup van de overheid. Maar in plaats van dat rekeninghouders in paniek hun geld terugtrokken bij de bank, hebben tallozen de afgelopen week uit solidariteit met hun bank extra spaargeld gestort.

Het ondermijnen van een particuliere bank en daarmee het vertrouwen van buitenlandse investeerders is contraproductief om de Turkse economie uit het slop van de ‘middle income trap’ te trekken. Turkije kende rooskleurige groeicijfers van gemiddeld 5,2 procent van 2002 tot 2011. De directe buitenlandse investeringen bedroegen circa $13,5 miljard per jaar. Het nominale inkomen per hoofd van de bevolking verdrievoudigde van $3.500 in 2000 tot $11.277 in 2013. Maar sindsdien is de groei ingezakt tot rond de 3 procent en het inkomen per hoofd van de bevolking niet meer gestegen.

Om een kwalitatieve sprong te maken naar een economisch model voor duurzame groei zijn structurele hervormingen nodig zoals een onpartijdige justitie, onafhankelijke toezichthouders en buitenlandse investeerders, die kapitaal en kennis meebrengen.

Cansen Başaran Symes, voorzitter van het werkgeversverbond Tüsiad, sloeg alarm over het gepolitiseerde justitiesysteem en het onder druk zetten van toezichthouders. “Ik hoop dat aan deze verontrustende ontwikkelingen een eind komt”, zo benadrukte zij.

Ook analist Rob Rühl spreekt zijn bezorgdheid uit. “Het voorstel van de minister van Economische Zaken, Nihat Zeybekci, om een wetswijziging door te voeren waardoor de regering meer invloed op het beleid van de Centrale Bank kan hebben, zal de onafhankelijkheid van het monetaire beleid verder verminderen. De Turkse regering slaat daarmee een weg in die de risico-opslag voor het zaken doen met Turkije verhoogt.”

De instroom van hoognodige buitenlandse directe investeringen toont een gestage daling, zo waarschuwt Rühl. “Dit jaar wordt $ 11 miljard verwacht. In 2011 was dat nog $16,2 miljard. Verdere ingrepen van de regering bij private ondernemingen kunnen leiden tot een uitstel van investeringen door nieuwe buitenlandse investeerders.”

Reageren




*

Dordtse Deniz mag al een jaar Turkije niet uit: ‘Ik hoop op vrijspraak’

Duizenden Turken beboet voor roken in auto, maar aantal rokers neemt nauwelijks af

Horendol van ongevraagde verkooptelefoontjes

Animo mkb-ondernemers voor Turkije daalt dramatisch