Artikelen:
Geniet van Istanbul met Marc Guillet

Onverzettelijk in hels Kobani

9 okt
2014
Door: Marc Guillet
Er zijn nog geen reacties

Koerden woedend omdat Turkse leger geen poot uitsteekt

Luid toeterend komen ze aanzetten door de stoffige straten van het Koerdische stadje Suruc, op nog geen 10 kilometer van Kobani. Eerst heb je de indruk dat het om zo’n typisch Turkse bruiloft gaat. Met veel lawaai. Mannen uit de open ramen hangend. En alle auto’s in de snel rijdende stoet vol op de claxon.

Zodra ze dichterbij komen, lijkt het op een surrealistische scene uit een Fellini film. Voorop rijdt een rouwwagen met het stoffelijk overschot van een Koerdische strijder die is gesneuveld bij de zware gevechten tegen de moslim extremisten van de Islamitische Staat. Zowel de bestuurder van de lijkwagen als de man die naast hem zit, zwaaien met hun arm en maken het Victorieteken. Dat doen ook alle mannen die uit de ramen van de volgauto’s hangen. Ze zijn trots op de strijdlust van de mannen en vrouwen die Kobani verdedigen. En dat willen ze aan iedereen luid en duidelijk laten weten. Tegemoetkomende automobilisten claxoneren instemmend. Voetgangers steken hun duim omhoog.

Even verderop liggen, midden op een kruispunt, naast een omgetrokken lantaarnpaal, de verkoolde resten van wat politiecamera’s waren. De stille getuigen van de storm van Koerdische woede die over heel Turkije raasde en gisteravond ook hier tot rellen met de oproerpolitie leidde. Het ruikt nog naar verbrand plastic. Eenheden van de oproerpolitie staan bij talloze pantserwagens en waterkanonnen. Versterkingen zijn gearriveerd en rondom het politiebureau en het gemeentehuis geposteerd. De woede en frustratie over de passiviteit van het Turkse leger in de strijd van de Koerden tegen IS zit heel diep. “Niet IS maar Turkije is onze echte vijand”, zegt Bahri (31), wiens tien jaar oudere broer Seydu twee dagen geleden sneuvelde in de strijd tegen de barbaarse jihadisten. “De Turkse regering steekt geen vinger uit om de Koerden in Kobani te beschermen. Ze beschieten ons met kogels en steunen ondertussen de IS met wapens”.

Strijdbaarheid wint het van de rouw

photo families van slachtoffers Kobani 09102014Bahri staat in de schaduw van de bomen van het parkje voor het plaatselijke ziekenhuis waar zich honderden familieleden van gewonde of overleden strijders en andere inwoners van Kobani hebben verzameld. De weduwe van zijn broer zit samen met tientallen andere vrouwen op de grond. Ze huilen en jammeren. Leggen troostend hun armen over elkaars schouders. De ogen van de weduwe van Seydu staan dof en zijn roodomrand van de vele tranen. Ze is uitgeput, fysiek op, en heeft haar gezicht van intens verdriet opengekrabd. De rouw heeft haar bijna geveld en ze legt haar hoofd op de schouder van haar zwager. Maar de strijdbaarheid die in haar brandt, wint het van de rouw. Fel zegt ze: “Ik wacht hier al 48 uur op het lichamelijk overschot van mijn man. Is dat gerechtigheid? Samen met twee andere vrouwen van verzetsstrijders in Kobani konden we in het Turkse Urfa van het geld dat we hadden, maar een kamer huren zonder toilet. Zodra mensen daar zagen dat we uit Syrië kwamen, joegen ze ons weg. Westerse landen zouden Turkije geen geld moeten geven voor de opvang van vluchtelingen, want ze doen veel te weinig voor ons. De enigen die ons helpen zijn de mensen van de Koerdische partijen hier”.

photo gevlucht uit Kobani 09102014Gillende sirenes onderbreken haar. Ambulances wringen zich door de menigte wachtende Koerden voor het ziekenhuisje. Rijkhalzend kijken ze over elkaars schouders om een glimp op te vangen van de gewonden die de genadeloze strijd in Kobani achter zich hebben gelaten.

“Geen foto’s”, gebiedt een van de vrijwilligers streng. “We willen het moreel van onze verzetsstrijders en hun families niet ondermijnen”.

Vrijwilligers

Bijna 20 ambulances worden ingezet om de gewonden te vervoeren. Vele zijn ter beschikking gesteld door andere Koerdische steden in het zuidoosten van Turkije. Ook artsen en studenten medicijnen zijn uit alle windstreken gekomen om te helpen. Uit Istanbul, Ankara, Diyarbakir. Zoals Apo (24) van de Ege Universiteit uit de westelijke stad Izmir. Hij doet dienst op de afdeling spoedeisende hulp. Het gaat om typische oorlogswonden, zegt hij. Van kogels, granaatscherven en ander geschut. “Voor zo’n 40 procent afkomstig van Kalashnikovs. Voor 35 procent van zwaar geschut. En voor 25 procent van sluipschuters.” Die laatsten zijn voornamelijk Tsjetsjenen, aldus Apo. De Tjetsjeense commandantAbu Omar al-Shishani leidt het al ruim drie weken durende offensief tegen Kobani. “We moeten helaas veel armen en benen amputeren omdat de zenuwen totaal zijn verbrijzeld door de inslag van de munitie”, zegt de vrijwillige verpleger.

Anesthesist Mehmet Ak (29) kwam twee dagen geleden uit Diyarbakir aan. Hij kreeg het meteen vol voor zijn kiezen. Door de bombardementen van Amerika en zijn Arabische bondgenoten op stellingen en tanks van de jihadisten in de stad was de aanvoer van gewonden naar het ziekenhuis de afgelopen dagen veel hoger dan de vorige week. “Vandaag overleed er een vrouw onder mijn handen. Dat was zwaar. En tragisch, want het had niet hoeven te gebeuren. Het probleem was dat Turkse militairen haar uren lieten wachten aan de grens. Daardoor leed ze zoveel bloedverlies dat we haar hier niet meer konden redden”. Het kleine hospitaal is niet uitgerust voor gecompliceerde ingrepen zoals hersenoperaties voor gewonden bij wie een deel van de schedel is weggeslagen door granaatscherven. Die worden vervoerd naar de grote ziekenhuizen van steden als Urfa en Diyarbakir.

Kobani is een hel

Als hulpverlener en vrijwilliger zit de anesthesist hier met twee verschillende identiteiten zegt hij. Als medicus en als Koerd. “Ik doe er alles aan om deze mensen de beste zorg te geven, maar ik schaam me ervoor dat er zo weinig hulp is van de centrale overheid. Als Koerd ben ik gewoon laaiend dat Koerdische demonstranten met gas en kogels worden beschoten. Aan de gewonden die ik heb gezien weet ik dat Kobani een hel is. Ik hoop en vertrouw erop dat het verzet zal winnen”.

Dat optimisme is er ook bij Hawar (20), die in het ziekenhuis in een kamertje alleen ligt met zijn linkerbeen in bloederig verband. “Een kogel van groot kaliber”, zegt hij. Hij weigert verdere details te geven over de manier waarop hij gewond raakte. “Het gaat niet om mij maar om onze gezamenlijke strijd tegen de jihadisten. Ik strijd voor mijn land Koerdistan, voor onze vrijheid, en voor de vrijlating van onze leider, de heer Öcalan”. Over twee dagen mag hij het ziekenhuis verlaten zegt een verpleegkundige. Waar hij dan naar toegaat? “Terug naar Kobani”.

Reageren




*

Dordtse Deniz mag al een jaar Turkije niet uit: ‘Ik hoop op vrijspraak’

Duizenden Turken beboet voor roken in auto, maar aantal rokers neemt nauwelijks af

Horendol van ongevraagde verkooptelefoontjes

Animo mkb-ondernemers voor Turkije daalt dramatisch