Artikelen:
Geniet van Istanbul met Marc Guillet

Honderden stierven een vreselijke dood

15 mei
2014
Door: Marc Guillet
Er zijn nog geen reacties

in: AD

Foto: Slawomira Kozieniec

Tergend traag maar druppelsgewijs wordt de ene na de andere levenloze mijnwerker op een plastic brancard naar buiten gebracht. Standaard gewikkeld in een deken vervuild van roet en bruinkool. De gezichten zijn vrijgelaten. Bewust, zodat de al dag en nacht wachtende kameraden en familieleden hen kunnen herkennen.

Politieagenten en gandarmes vormen een soort erehaag. Mijnwerkers met verweerde en vervuilde gezichten lopen langzaam en zo waardig mogelijk met de stoffelijke resten van hun collega’s naar een ambulance. Daarvan staan er tientallen met stationair draaiende motoren te wachten.

‘Rot op!”, schreeuwt plots een van woede exploderende wachtende, de eerbiedige stilte verstorend. Hij gooit een plastic flesje met water naar een van de opdringerige fotografen die daarmee het zicht beneemt op de dode. Hij rent achter de brancard en roept ‘mijn broer!’. Net voor de deur van de ambulance dicht gaat kan hij een blik werpen op de dode. Zijn hoofd zakt teleurgesteld op zijn borst. Langzaam sloft hij terug naar zijn uitkijkpost. Het was zijn broer niet.

Duisternis, stof en gebrek aan frisse lucht waren ze gewend, de 787 mijnwerkers in de grootste bruinkoolmijn van Turkije. Maar toen dinsdagmiddag om 15.10 uur het alarm afging, wisten de meesten niet hoe ze moesten vluchten. Donkere roetwolken ontnamen hen elk zicht.

Hun ondergrondse werkplek veranderde met een felle steekvlam van een explosie in een hel. De transformator had het begeven en de vonken van de kortsluiting, die als vuurwerk wegsprongen, brachten het methaangas tot ontploffing. Een felle brand brak uit. Een deel van de mijn stortte in. De lift van de hoofdschacht naar de vrijheid en de verse lucht was buiten werking door gebrek aan elektriciteit. Ongeveer de helft van de mijnwerkers zat als ratten in de val terwijl het vuur dankzij het bruinkoolgruis, door bleef branden en niet te blussen viel. Ze hadden geen enkele kans om aan deze hel te ontsnappen. Honderden stierven een vreselijk dood als gevolg van rookvergiftiging.

Uitgeput van het lange wachten, de slapeloze nacht en de energie vretende emoties zit een van de mijnwerkers op een hoop rubber slangen. Zijn ogen zijn leeg. De hoop op overlevenden, die er de eerste dag nog wel was, is helemaal vervlogen. Stilletjes zit hij voor zich uit te staren. “Mijn vriend Ibrahim Salgun”, is het enige dat hij aanvankelijk kan uitbrengen over degene op wie hij hier wacht. Hij zwijgt weer en draait zijn hoofd weg. Als man wil hij zijn emoties voor zich houden. Vrienden leggen hun handen op zijn schouders. Dat geeft hem wat kracht. Uit angst voor zijn werkgever wil hij zijn naam niet in de krant. Wel zegt hij dat hij de moed heeft opgegeven. “Ze zijn allemaal dood”.

In een scenario als in Chili, waar mijnwerkers in 2010 voor 69 dagen opgesloten zaten en levend weer boven kwamen, gelooft hij niet. “Dat was heel anders. Daar was een deel van de mijn ingestort. Hier was een explosie en brand, dus de kans op overleven veel kleiner”.

Ogen branden. Niet alleen van de emoties. Ook van de brandlucht die nog altijd uit de mijnschacht komt. Wanneer er weer een dode wordt weggedragen schreeuwen enkele mannen en een vrouw het uit. Ze roepen Allah aan. Het geweeklaag gaat door merg en been. De vrouw zakt in elkaar. Ze slaat zichzelf met haar handen op het hoofd. Hangend in de armen van haar familieleden wordt de totaal ontredderde vrouw weggevoerd. Ook haar zoon heeft zijn gevaarlijke beroep met de dood moeten bekopen in wat de grootste mijnramp in de geschiedenis van Turkije dreigt te worden. Hartverscheurende taferelen die doen denken aan het bergen van de doden uit het puin van de Twin Towers in de dagen en weken na 9/11.

Vandaag zijn er meer dan 50 doden geborgen. Meer dan honderd zouden er nog in de mijngangen verspreid liggen. Een ongeluk? Een arbeidsrisico dat hoort bij dit beroep? Dat zei premier Erdogan bij zijn bezoek aan de getraumatiseerde mijnstad waar overal de vlaggen halfstok hangen. Je kan de mijnwerkers en hun families niet meer op het hart trappen dan dat te zeggen. “Onze veiligheid wordt verwaarloosd”, zegt een van de overlevenden. “Dat gebeurt al jaren, ondanks alle eerdere mijnrampen”. Zijn kameraad naast hem, zegt: “Ik vervloek Erdogan uit de grond van mijn hart”. Dat de grote baas van deze rampmijn een persoonlijke vriend zou zijn van de premier, voedt de woede van de kompels. Ook bij de vakbonden die tot protesten hebben opgeroepen en een staking van een dag om aandacht te vragen voor de slechte arbeidsomstandigheden en veiligheidsomstandigheden in de Turkse mijnen.

Dat doet ook Özgür Özel, een parlementslid van de sociaal-democratische oppositiepartij CHP uit het district Manisa. “Al zes maanden dringen we aan op een parlementaire onderzoekscommissie naar de vele ongelukken in deze mijn. We hadden 60 handtekeningen verzameld van parlementariers van drie partijen, maar de regering wees ons verzoek af. Voor ons als parlementsleden van Manisa was het steeds pijnlijker on naar de begrafenissen te gaan van omgekomen mijnwerkers” aldus Özel. “We kunnen de smart in onze harten en die van de nabestaanden niet langer verdragen”.

 

Reageren




*

Gestorven voor een handvol steenkool

Megalomaan vliegveld met Hollands tintje

Erdogan krijgt zijn zin: nieuwe verkiezingen in Istanbul

‘Ik vocht tegen Assad, nu repareer ik mobieltjes’