Artikelen:
Geniet van Istanbul met Marc Guillet

Onverdraagzame democratie versterkt door winst Erdoğan

2 apr
2014
Door: Marc Guillet
Er zijn nog geen reacties

Op de site van Het Grote Midden Oosten Platform

Foto’s © SLAWOMIRA KOZIENIEC

“Verslagen, ontredderd, verbaasd, geschokt en bedroefd”. Dat is de reactie van de in Istanbul wonende Dayon Reubsaet op de uitslag van de verkiezingen in Turkije waarbij de partij van premier Erdoğan met ongeveer 43 procent weer als de grootste uit de bus kwam. Ze verwoordt de kater van allen die zich inzetten voor een liberale democratie in Turkije en geschokt zijn dat zoveel Turken achter de omstreden premier blijven staan. Ondanks zijn optreden als een autoritaire postmoderne sultan. Ondanks corruptie, uitgelekte telefoongesprekken, het aan banden leggen van justitie en het ondermijnen van de rechtsstaat, het muilkorven en intimideren van de media en de vrije meningsuiting door het blokkeren van Twitter en YouTube, het brute politieoptreden tijdens de Gezi-protesten en het inperken van de autonomie van alle onafhankelijke controle-instanties.

“Het had geen zin om de klok een uur vooruit te zetten, we zijn er 90 jaar op achteruit gegaan”, aldus Reubsaet, die getrouwd is met een Turkse ingenieur en vurig hoopte op een overwinning van de oppositie. Een ‘tegenstem’ noemt ze haar stem op de oppositiepartij CHP. De grote opkomst bij deze gemeenteraads- en burgemeestersverkiezingen verbaast haar niet. “In ieder geval zijn al die mensen gaan stemmen die op straat hebben geprotesteerd, en die wekenlang iedere avond op potten en pannen hebben geslagen om hun onvrede te uiten.”

In de Kruidenbazaar tref ik dezelfde verslagenheid aan bij een van de vrouwen die daar werkt. “Ik ben depressief doordat we niet hebben gewonnen. Ik heb nergens zin in. En het is nog wel mijn verjaardag vandaag!” Een van haar collega’s zegt: “Democratie werkt niet in een land waar domme mensen als schapen achter een politicus aanlopen”.

Hoewel de AK partij in vergelijking met de parlementsverkiezingen van 2011 zeven procent verloor, vierde Erdoğan de uitslag terecht als een persoonlijke triomf. Hij had de stembusstrijd voorgesteld als een referendum over zijn beleid en optreden en de overgrote meerderheid zag het ook zo: een stem voor of tegen de premier.

Zondagavond verscheen hij met zijn vrouw en twee van zijn kinderen op het balkon van het hoofdkwartier van zijn AK partij in de hoofdstad Ankara en noemde de verkiezingen een overwinning voor de democratie in Turkije. Hij dankte God, moslim landen en zijn aanhangers voor de victorie. Hij zei dat de kiezers een ‘Ottomaanse slag’ hebben toegebracht aan alle anti-democratische krachten van het oude kemalistische regime. Hij vervloekte de aanhangers van de gematigde islamitische prediker Fethullah Gülen in Pennsylvania als erger dan de middeleeuwse sji’itische sekte der Assassijnen (die premier Nizam al-Mulk van het soennitische Seldsjoekse Rijk in 1092 vermoordden). “Wij zullen hun holen binnenvallen. Zij zullen hiervoor boeten. Hoe durven ze de nationale veiligheid in gevaar te brengen?”

IMG_4159(1)Die uitspraken kunnen gezien worden als een aankondiging van het uitbreiden van de heksenjacht op mensen die actief zijn in de beweging van Gülen, die tot begin 2012 samen met Erdogan optrok om een eind te maken aan de politieke invloed van de generaals en het uitbreiden van de democratie. De arrestaties in verband met een grootscheeps corruptie- en smeergeldonderzoek dat op 17 december begon was het definitieve breekpunt in het bondgenootschap tussen de twee islamitische krachten.
Erdoğan beschuldigt Gülen-aanhangers bij politie en justitie een staatsgreep tegen hem voor te bereiden onder het mom van dat strafrechtelijke onderzoek. Vier ministers die verdacht worden van smeergeldpraktijken moesten het veld ruimen. Sinds 17 december is Erdoğan in de tegenaanval en heeft er in talloze toespraken op gewezen dat ‘landverraders’ in binnen- en buitenland uit zijn op zijn val.

Hij heeft de Gülenisten de oorlog verklaard en gezegd dat dit een nieuwe onafhankelijkheidsoorlog is. Duizenden aanklagers, rechters en politiemensen zijn al overgeplaatst of op non-actief gesteld, omdat ze Gülenisten zouden zijn. Daarmee probeert hij het strafrechterlijk onderzoek naar smeergeldpraktijken in zijn regering te blokkeren. Helemaal ziedend zijn hij en zijn ministers over een op YouTube geplaatst afgeluisterd gesprek in het minsiterie van Buitenlandse Zaken over de opties die Turkije heeft in Syrië . Er is nog niemand gearresteerd, maar de regering heeft voor deze spionage meteen de beschuldigende vinger uitgestoken naar de ‘landverrader’ Gülen en zijn mensen. Media die gelieerd zijn aan de prediker werden op de verkiezingsdag bestookt met cyberaanvallen. Afgelopen weekend klaagde Erdoğan de hoofdredacteur van de Gülen-krant Today’s Zaman en diverse van zijn journalisten aan en eiste een reisverbod zodat ze niet het land kunnen ontvluchten.

“Jullie kennen die lieden die koppen in kranten gebruiken waar het bloed vanaf druipt, die woede en haat verspreiden. Vandaag hebben zij, en de ondernemers die hen steunen, weer een zwaar verlies geleden”, sprak Erdoğan triomfantelijk vanaf zijn balkon. “Wij hebben een sterke democratie waar het Westen alleen maar van kan dromen”.

IMG_4118(1)De provocerende, polariserende en succesrijke tactiek van de premier in de verkiezingen rustte op twee pijlers: 1. trots op het door de AKP opgebouwde ‘nieuwe Turkije’ van vrede, groeiende welvaart, dienstverlening en stabiliteit; en 2. inspelen op de diepgewortelde angst voor duistere krachten binnen en buiten Turkije die de partij en de premier een kopje kleiner willen maken.

Daarbij gebruikte hij heel slim de slachtofferrol die zijn soennitische aanhangers zo aanspreekt. Tachtig jaar voelden vrome, vaak laagopgeleide moslims met conservatieve normen en waarden en een islamitische levensstijl zich door de seculiere kemalistische elite met een westerse levensstijl gediscrimineerd, vernederd en behandeld als tweederangs burgers. De AKP-regering maakte een eind aan die discriminatie: het verbod op hoofddoekjes werd opgeheven, en mannen en vrouwen in conservatieve kledij worden niet langer uitgesloten van een loopbaan bij de overheid. Ze zijn trots dat ze eindelijk als volwaardige burgers worden beschouwd en trots op het feit dat Erdoğan en zijn ministers van Turkije een economisch sterk land hebben gemaakt. Daarnaast zijn er veel meer en betere ziekenhuizen, universiteiten, scholen gekomen en is het openbaar vervoer overal uitgebreid en gemoderniseerd. Allemaal veel belangrijker voor Turken met een lager huishoudbudget dan voor de kiezers uit de upper middle class die al een goede auto hebben, hun kinderen naar privé scholen kunnen sturen, meerdere talen spreken, regelmatig naar het buitenland op vakantie gaan en in de westerse wijken van steden als Istanbul, Ankara en Izmir wonen.

De regeerstijl van Erdoğan kenmerkt zich steeds meer als een mengeling van arrogantie en angst. Tijdens zijn toespraken herinnert hij zijn trouwe volgelingen graag aan het lot van zijn idool: premier Adnan Menderes (1950-1960), die de eerste religieuze imam-hatip scholen stichtte, de oproep tot het islamitische gebed weer in het Arabisch toeliet en begon met een herislamisering van de openbare ruimte. Allemaal als reactie op de radicale anti-klerikale maatregelen van Atatürk sinds 1923. Arme boeren kregen grond. Handelaren werden rijk door de snelle economische groei.

Er ontstond een middenklasse. Maar de prijzen van levensmiddelen groeiden harder dan de lonen. De buitenlandse schuld en de ontevredenheid namen toe. De premier trad hard op tegen kranten die kritiek hadden en de oproerpolitie gebruikte een jaar lang buitensporig geweld om protesten van studenten en arbeiders de kop in te drukken. In 1960 zetten jonge officieren Menderes af, ontbonden het parlement en lieten de premier en twee van zijn ministers ophangen na een showproces wegens ‘hoogverraad’. De impliciete boodschap van Erdoğan is steeds: Wees waakzaam! De oude elite probeert ons ook met buitenparlementaire middelen af te zetten. De Gezi-protesten zijn door de premier met succes in een kwaad daglicht gesteld en worden door hem steeds afgeschilderd als het voorspel van een staatsgreep.

Een tweede idool van Erdoğan, die werd afgezet door een coup, is sultan Abdul Hamid II, wiens meer dan levensgrote portret diverse keren op de podia hing waar de premier sprak. Deze sultan wordt door de AKP en haar aanhangers vooral herinnerd als een hervormer die het eerste parlement toestond en allerlei andere moderniseringen doorvoerde. Maar ook om het feit dat hij in 1908 slachtoffer werd van een staatsgreep van de Jong Turken, de voorlopers van de kemalisten.

Anderen herinneren zijn heerschappij vooral om de pogroms en bloedbaden onder de religieuze minderheden, de perscensuur, het gebruik van de geheime politie om dissidenten uit te schakelen en de groeiende paranoide van de sultan over zijn veiligheid. Maar de negatieve kanten van zijn regeerperiode (1876-1909) worden door de aanhangers van de AKP bestempeld als ‘leugens’, zoals de gehoofddoekte studente Sümeyye Ceylan van de Istanbul Kültür universiteit zegt. Net als veel van de trouwe volgelingen noemt zij Erdoğan een ‘wereldleider’.

De twee islamistische partijen waar Erdoğan lid van was, werden door de militairen verboden. En zelf was hij ook slachtoffer van de politieke repressie tegen wat de militairen als ‘reactionarisme’ (politieke islam) bestempelden. Hij moest in 1999  aftreden als burgemeester van Istanbul en vier maanden de gevangenis in omdat hij uit een oud gedicht de volgende regels had geciteerd: “De moskeeën zijn onze barakken, de minaretten onze bajonetten, de koepels onze helmen en de gelovigen onze soldaten”. Vrijwel bij elke verkiezingstoespraak de afgelopen maanden heeft hij deze versregels weer voorgedragen, tot groot enthousiamse van zijn aanhang.

De oppositie vindt het onbegrijpelijk dat niet veel meer kiezers zich van de AKP hebben afgekeerd. Zijn ze niet boos over de corruptie, de doden door het politiegeweld en de autoritaire manier waarop de premier optreedt?

Wat de corruptie betreft, geldt de ervaringsregel ‘The economy stupid!’. Dat was de frase die campagnestrateeg James Carville in 1992 had bedacht voor de opmerkelijk succesvolle race van de toenmalige onbekende gouverneur van Arkansas, Bill Clinton, naar het Witte Huis tegen de zittende president George H. W. Bush. Corruptie is onderdeel van de Turkse cultuur. Iedereen en elke partij bezondigt zich eraan. Als het goed gaat met de economie, zoals in Turkije, dan zien veel kiezers het graaien door ministers en hun familieleden door de vingers. Pas wanneer het slecht gaat met de economie zullen kiezers de zelfverrijking door politici afstraffen, zo leert de geschiedenis.

De 43 procent van de stemmen die de AKP heeft gekregen, betekent volgens mij niet dat die kiezers de politie nu een mandaat geven om meer demonstranten en activisten te doden. De uitslag betekent onder meer dat degenen die voor de regeringspartij hebben gestemd impliciet zeggen dat ze blij zijn met en hun goedkeuring geven aan de onderhandelingen met PKK-leider Abdullah Öcalan over een politieke oplossing van de Koerdische kwestie waardoor er al een jaar lang een wapenstilstand is en er geen Turkse soldaten meer zijn gesneuveld. Dat is in hun ogen van groter belang dan een proteststem tegen de AKP wegens het brute politiegeweld.

De toenemend autoritaire manier waarop Erdoğan optreedt veroorzaakt binnen en buiten Turkije veel irritatie. Margaret Thatcher was ook autoritair en stond niet voor niets bekend als de ‘Iron Lady’. Maar zij opereerde in een oude, volwassen, liberale democratie. Anders dan in West-Europa en Amerika begon de strijd voor vrijheid en democratie onder de Turken laat, in de tweede helft van de 19e eeuw. Democratie in Turkije is een ‘work in progress’. De eerste vrije verkiezingen waren pas in 1950.

In Engeland dwongen grootgrondbezitters de koning al in 1215 om zijn bevoegdheden in te perken en hun rechten en die van de kerk en kooplieden op papier te zetten: het document werd bekend als de Magna Carta. Een uniek document, omdat voor het eerst gedetailleerd is vastgelegd op welke wijze de absolute macht van de koning beperkt wordt bij belastingheffing, feodale rechten, wetgeving en rechtspraak. Thatcher maakte het rechtssyteem niet ondergeschikt aan de uitvoerende macht, waarmee de Turkse premier nu bezig is. Noch intimideerde ze en muilkorfde ze de media en vrijheid van meningsuiting.

Wat de zwakke en jonge Turkse democratie echt ondergraaft is de opvatting van Erdoğan dat de stembus het enige ijkpunt is. De grootste partij betekent in zijn ogen een carte blanche om alles uit te voeren wat er in het regerinsprogramma staat, zonder overleg met de oppositie en het maatschappelijke middenveld.

Tot vorig jaar was hij vooral een hervormer. Nu vereenzelvigt hij zichzelf en de AK partij met de staat, en verhoogt de repressie en breekt af wat er aan meer democratie onder zijn bestuursperiode van de afgelopen 11 jaar was bereikt. Turkije glijdt steeds verder af naar een onverdraagzame democratie, een hybride regime dat slechts in een paar opzichten voldoet aan de criteria van een liberale democratie. Mede dankzij het beleid van de AK partij heeft Turkije een groeiende, steeds beter opgeleide en welvarender middenklasse. Die eist meer vrijheid, rechten en democratie, zoals tijdens en na de Gezi-protesten bleek. Maar Erdoğan is een andere weg ingeslagen. Daarom zullen de instabiliteit en de politieke crisis blijven voortzieken. Dat is de paradox van deze verkiezingen: een nieuw mandaat maar geringere bestuurbaarheid.

Marc Guillet is onafhankelijk correspondent in Istanbul

Volg hem op Twitter: Turkeyreport

Reageren




*

Dordtse Deniz mag al een jaar Turkije niet uit: ‘Ik hoop op vrijspraak’

Duizenden Turken beboet voor roken in auto, maar aantal rokers neemt nauwelijks af

Horendol van ongevraagde verkooptelefoontjes

Animo mkb-ondernemers voor Turkije daalt dramatisch