Artikelen:
Geniet van Istanbul met Marc Guillet

Nederlandse ondernemers haken nog onvoldoende in op kracht Turkse economie

15 apr
2012
Door: Marc Guillet
Er zijn 2 reacties

Lang stond Turkije bekend als ‘de zieke man van Europa’, maar tegenwoordig komt het land vrijwel uitsluitend met uitroeptekens in het nieuws. Terwijl  de economische crisis voortwoekert in buurland Griekenland en de gehele Europese Unie maakt Turkije naam als ‘groeiwonder’ en ‘dé opkomende markt in onze achtertuin’.

Groei

Vorig jaar behaalde Turkije een economische groei van 8,5% en moest het alleen China laten voorgaan in de kopgroep van de snelste groeiers ter wereld. Istanbul alleen al produceert meer goederen en diensten dan Hongarije, Tsjechië of de meeste andere nieuwe EU-lidstaten als bbp opvoeren. Daarmee is Turkije inmiddels al de 17de economie van de wereld en zal Nederland volgend jaar inhalen.

Nederland onderhoudt al vier eeuwen diplomatieke betrekkingen met het land aan de Bospurus — wat komende week gevierd wordt met een staatsbezoek van de Turkse president. De krachtige groei van Turkije zorgt voor een nieuwe dynamiek tussen de twee landen, die volgens critici echter nog onvoldoende door Nederlandse ondernemers wordt onderkend.

Transformatie

De Turkse transformatie is een verschijnsel van de 21ste eeuw. In de laatste decennia van het Osmaanse Rijk, maar ook ten tijde van het wanbeheer van de opvolgers van de vader des vaderlands, Mustafa Kemal Atatürk, gold het land vooral als zwakke broeder. Tot 2001 was het een typische ‘boom en bust’-economie. Het Internationaal Monetair Fonds was kind aan huis in Ankara. De financiële reddingsboeien werden morrend aanvaard, want de afhankelijkheid van buitenlands kapitaal krenkte de nationale trots.

De structurele sanering en modernisering van de Turkse economie begon in 2001 onder minister van economische zaken, Kemal Dervis, tijdens een zware economische crisis. De banksector werd gezond, de hollende inflatie getemd en teruggedrongen van gemiddeld 70% naar 10%. Staatsbedrijven kwamen in particuliere handen en de centrale bank kreeg een onafhankelijke positie.

Export

De gevolgen bleven niet uit. In 1980 bedroeg de export slechts $ 3 mrd en bestond voor 90% uit landbouwproducten. In 2011 voerden Turkse ondernemers voor $130 mrd uit. Ongeveer 90% daarvan was industriegoederen. De AKpartij van premier Erdogan heeft sinds 2002 de economie competent gerund en daar politiek de vruchten van geplukt: Erdogan won de verkiezingen driemaal op rij met indrukwekkende cijfers.

De bilaterale handel tussen Nederland en Turkije lift mee op deze robuuste groei. Het handelsvolume is de afgelopen tien jaar meer dan verdrievoudigd. In Nederland gevestigde ondernemingen staan de laatste jaren met stip op nummer een in de top van buitenlandse investeerders in Turkije. Tussen 2005 en 2011 wist Turkije $ 79 mrd aan buitenlandse investeringen aan te trekken, terwijl er in de hele periode van 1975- 2001 maar $ 14 mrd binnenkwam.

Belangstelling

Maar de belangstelling voor Turkije als opkomende markt is bij Nederlandse ondernemers laat op gang gekomen. En de indruk is dat ze nog steeds onvoldoende inhaken op de mogelijkheden die Turkije biedt. ‘Nederland laat kansen liggen’, zegt een van de analisten.

‘Er gebeurt veel, ja, maar er kan nog veel meer.’ Er is vooral toenemende belangstelling voor Turkije als afzetmarkt. ‘Maar halen ze er genoeg uit?’ vraagt een consultant. ‘Nee, absoluut niet.’

Knelpunten

Ondernemers en waarnemers in Istanbul noemen diverse redenen waarom Nederlandse ondernemers te weinig profiteren van de Turkse groei. ‘Cultuurverschillen in het zakendoen’, wordt vaak genoemd. ‘Uiteenlopende handelsbelemmeringen’ zijn een ander obstakel, zegt bijna tweederde van de Nederlandse bedrijven in een beleidsbrief die is meegegeven aan minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, toen deze in de herfst van vorig jaar Turkije bezocht. Wat voor handelsbarrières? Onduidelijke wet- en regelgeving en vertragende formaliteiten. Moeizame en veranderlijke douaneprocedures en ongelijke belastingen.

Genoemde knelpunten spelen zeker een rol. ‘Maar het ligt deels ook aan de Nederlanders zelf’, zegt Michael Westenberg, directeur van het Trade & Investment Center, dat ondernemers helpt om toegang te krijgen tot de Turkse markt en andere markten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Westenberg: ‘Turkije heeft zijn eigen regels; die interpreteren wij vaak als handelsbarrières. Maar als je de regels gewoon volgt, de juiste documentatie bij de zending doet, de benodigde regelingen treft, dan is er meestal geen probleem. Het algemene advies is: bereid je goed voor. Zorg dat je een goede importeur hebt, die de douaneregels begrijpt en die de exporteur op tijd kan informeren hoe de documenten moeten worden opgemaakt. Naast de douane en logistieke regels dienen ook de belastingvoorschriften goed te worden nageleefd. Het is belangrijk dat je Turkse partner ook de fiscale regels volgt.’

Het meest bizarre probleem dat de TIC-directeur het afgelopen jaar tegenkwam, was een groot Nederlands bedrijf dat blindelings vertrouwde op zijn Turkse partner en zonder afspraken en contract geld overmaakte om in Turkije te investeren. ‘Hun geld is weg. Ze zijn belazerd. Ik vraag me dan af, hoe kan je als ondernemer zonder voorbereiding aan zoiets beginnen’, aldus Westenberg.

Voorbreiding

Hij ziet bijna elke maand bedrijven die exporteren naar Turkije en zich onvoldoende voorbreiden wat betreft benodigde documenten, met alle gevolgen van dien.Zendingen blijven vaststaan en kunnen niet worden ingeklaard. Turkse importeurs kunnen de importheffingen en rekeningen niet voldoen en de goederen moeten worden teruggestuurd. Zo is er een Nederlandse exporteur van wie al maanden containers bij de douane staan. Op de formulieren is de douanecode ingevuld voor ‘bestek’, maar de lading bestaat alleen uit ‘vorken’. De Turkse douane laat de lading het land niet in, omdat de exporteur niet alle vereiste documenten gerelateerd aan de juiste code heeft geleverd.

Richtlijnen

Als Nederlanders zakendoen in EU-landen dan moet alles afgetimmerd worden met contracten, maar als ze naar Turkije gaan dan worden soms alle richtlijnen vergeten. Bedrijven die op die manier opereren, varen vaak blind op medewerkers van Turkse afkomst die tegen het management zeggen: ‘Ik ken daar de mensen die we nodig hebben, ik regel dat wel even.’ Daar laten ook grotere bedrijven zich wel eens door verleiden.

Veel Nederlandse ondernemers die willen inhaken op de groeiende Turkse economie realiseren zich onvoldoende dat Turkije geen derdewereldland meer is en de voorbije twintig jaar een megasprong voorwaarts heeft gemaakt op talloze gebieden. Denk aan industrie, de banksector, textielkwaliteit, corporate social responsibility, management, onderwijs.

‘Als we denken dat we in Nederland beter ontwikkeld zijn dan in Turkije, dan moet ik zeggen dat absoluut niet het geval is’, zegt Ivar Blanken, cfo van Unilever Turkije. ‘Velen zijn verbaasd over de kwaliteit van de mensen en de organisatie. Ze zijn steengoed en heel ambitieus. Daarom hebben we meer dan zestig Turkse medewerkers als expats naar andere bedrijven van Unilever in het buitenland gestuurd.’

Nederlandse bedrijven

Unilever is, met Shell en Philips, een van de Nederlandse bedrijven dat de potentie van Turkije al jaren geleden heeft onderkend.

In 1952 werd er gestart en inmiddels werken er meer dan 5000 mensen. Turkije is een van de regionale hubs voor Unilever, dat vanuit daar voor $130 mln per jaar exporteert naar Rusland, het Midden- Oosten en Noord-Afrika. In zeven fabrieken wordt 90% van de producten lokaal geproduceerd.

‘Dit jaar hebben we een investering van $100 mln gedaan voor een nieuwe ijsfabriek in Konya’, zegt Blanken. Het klopt dat Turkije een andere zakencultuur heeft, maar dat hoeft geen obstakel te zijn. Ondernemers moeten zich er in verdiepen, er open voor staan en zich aanpassen aan die cultuur, zo adviseert Westenberg.

Fouten

Wat zijn dan de meest gemaakte fouten? Ten eerste, aldus Westenberg, worden zakelijke afspraken vaak niet goed afgedekt en geregeld. Wie verantwoordelijk is voor welke stap in de handelsrelatie is nogal eens onduidelijk. Ook zijn de Turkse fiscale en commerciële wetten anders dan de Nederlandse. Zo is handelsvertegenwoordiging volgens de Turkse wetgeving wat anders dan volgens de Nederlandse wet.

Een veelvoorkomende fout is de veronderstelling dat je met één bezoek in de zes maanden handel kunt drijven. Dat is per definitie te weinig, weet Westenberg. Nederlanders besteden vaak te weinig tijd en zijn te afstandelijk, waardoor zij geen goede persoonlijke relatie weten op te bouwen.

Daarnaast stappen sommigen in de Turkse markt zonder een weloverwogen marktentreestrategie of risicobeleid.

Verschil

Wieger Wagenaar, cfo van Achmea-dochter Eureko Sigorta in Istanbul, beaamt dat de manier van zakendoen in Turkije ‘echt anders is’ dan in Nederland. ‘Wanneer je een mensen-mens bent, dan ben je hier op je plek’, vertelt hij. ‘Daarom moeten Nederlandse bedrijven goed opletten wie ze sturen, want investeren in relaties is hier heel belangrijk.’ Hem is opgevallen dat Turken veel flexibeler zijn. ‘Nederlanders zijn minder slagvaardig, doordat we verstikken in de regels en te ver vooruit plannen. We moeten ons zeker niet arrogant opstellen. Wat we van Turkije kunnen leren, moet vooropstaan, zodat we in ons werk “the best of both worlds” krijgen.’

Kansen

Wagenaar benadrukt dat Turkije veel meer kansen biedt dan wordt gedacht. ‘Eureko Sigorta haalt in Turkije groeicijfers van ruim 20% per jaar.’

‘Turkije staat op ieders netvlies, maar niet iedereen gaat er professioneel mee om’, merkt een analist op. Bovendien wordt Turkije te weinig gebruikt als commer ciële hub naar het Midden-Oosten en Centraal-Azië. Daarnaast zouden Nederlandse ondernemers meer kunnen doen in de Turkse industrie als toeleverancier van onderdelen, zou er meer kunnen worden geoutsourcet, en wordt er te weinig in kansrijke sectoren als transport en logistiek en ICT geïnvesteerd, of ingehaakt op het energie- efficiënte ‘groene’ bouwen, dat ook in Turkije in opkomst is.

‘Het wordt tijd dat ze in Turkije bij het begrip Nederland niet meer in de eerste plaats denken aan kaas en klompen, maar aan hightech, design en creatieve industrie.’

Belangstelling

De belangstelling voor Turkije blijft groeien, zo merkt ook het ministerie van EL&I. De inschrijving voor de economische missie van minister Verhagen tegen eind mei was al ruim voor de deadline volgeboekt. Ruim vijftig bedrijven hebben zich aangemeld uit de veiligheidsindustrie, maritieme industrie en de creatieve sector (architectuur, mode, design en podiumtechniek).

De hoop dat de handelsbetrekkingen tussen Nederland en Turkije na 400 jaar nog beter kunnen worden, leeft bij alle betrokkenen sterk. Over en weer zijn er volop kansen, denkt ook Hans Biekman.

Sinds 1 januari van dit jaar is hij ceo van Marmassistance, een bedrijf in Istanbul dat wegenwacht en medische reishulpverlening verzorgt voor Turken in Turkije.

‘Het afgelopen jaar zijn we driemaal groter geworden. Er zijn giga kansen voor Nederlanders om te investeren in ons segment. In Nederland zijn we een beetje ingeslapen’, verzucht Biekman. ‘Ik wil dat mijn zoon, die in Nederland studeert, hier stage komt lopen, want in Turkije gebeurt het!’

 

2 Comments

  1. fred van deurzen schreef:

    Goed en helder artikel, Marc!!

  2. Marianne Wieles schreef:

    Ik ben het van harte eens met Fred van Deurzen: heel duidelijk, Marc!

Reageren




*

Dordtse Deniz mag al een jaar Turkije niet uit: ‘Ik hoop op vrijspraak’

Duizenden Turken beboet voor roken in auto, maar aantal rokers neemt nauwelijks af

Horendol van ongevraagde verkooptelefoontjes

Animo mkb-ondernemers voor Turkije daalt dramatisch