Artikelen:
Geniet van Istanbul met Marc Guillet

‘Turken gaan voor het snelle, grote geld’

25 okt
2009
Door: Marc Guillet
Er zijn nog geen reacties

In: Tulpia, Nr. 14, november 2009

 Leeftijdgenoten vonden hem altijd een beetje een vreemde snuiter. Met zijn neus in de boeken, in de bibliotheek in Utrecht, terwijl zijn vrienden gingen voetballen, zwemmen of zomaar ergens wat rondhangen.

Erdal Balci was ‘anders’. Dat was voor iedereen duidelijk. Maar wat dat nou precies was, bleef ook voor hem lang onduidelijk. “Ik wilde gewoon elke dag kranten lezen, ook Turkse, en boeken zoveel ik te pakken kon krijgen”, zegt hij in de sultanstuin van het Ihlamur zomerpaleis in Besiktas. Balci woont nu in Istanbul en is daar duidelijk op zijn plaats. In zekere zin is hij tot rust gekomen, in balans. Als jongen van elf vertrok hij in 1969 vanuit Ardahan, in het arme noordoosten van Turkije, naar Utrecht waar hij opgroeide en zijn jeugd doorbracht. In 1998 vestigde hij met zijn vrouw en twee dochters in Ankara. En sinds 2006 is hij neergestreken aan de Bosporus.

Het jeugdtrauma van zijn vertrek uit Turkije heeft hij verwerkt. Hij weet nu wie hij is en wat hij wil. De drang om te schrijven, daar komt hij niet meer van los. Als correspondent voor het dagblad Trouw bij voorbeeld, en als columnist voor het weekblad De Groene Amsterdammer.

Drie boeken schreef Balci inmiddels. Het eerste was de semi-autobiografische familieroman Harun (2006), die alleen in het Turks werd gepubliceerd. Een roman over drie generaties, die begint in de jaren veertig in het oosten van Turkije en dan eigenlijk zijn levensroute volgt: naar Ankara, Istanbul, Nederland, Duitsland. “Daarin heb ik geprobeerd te vertellen waarom de kracht van het vertrekken nodig is. Voor de ontwikkeling is het noodzakelijk dat je kan weggaan. De ‘grote trek’ van de Turkse gastarbeiders naar het buitenland heb ik ook op die manier uitgelegd. De eerste generatie ontwikkelt zich en komt verder door het moederland te verlaten. De tweede generatie door de cultuur van de ouders vaarwel te zeggen. En de derde genratie verlaat de aarde om de mensheid te redden. Ik heb zelf heel lang geworsteld met het weggaan uit Turkije, met het zoeken naar mijn eigen individualiteit en afscheid nemen van mijn roots en van mijn omgeving. Daarom was het nodig dat ik dit boek schreef. Het was voor mij ook een soort therapie.”

Het tweede boek was meer een journalistiek boek: De kinderen van Atilla (2007), een geschiedenis van het hedendaagse Turkije. Ook daarin koos hij voor een verhalende manier van schrijven. “Ik vertel over de moderne geschiedenis van Turkije aan de hand van de levensverhalen van vier personen: Talat Pasha, de minister van Binnenlandse Zaken, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de Armeense genocide; Halide Edip Adivar, de feministe en schrijfster die diende in het Turkse volksleger tijdens de Bevrijdingsoorlog en daarvan verslag deed; de politicus en premier Adnan Menderes, die in 1961 na een staatsgreep en een militair showproces door de militaire junta werd opgehangen; en de huidge premier Tayyip Erdoğan.”

Zijn jongste boek is Vandaag geen pont (2009), een ontroerend boek waarin Balci op poëtische wijze zijn ziel en die van zijn land blootlegt. “Nu ben ik bezig aan een groot project, een historische roman over een man in Wenen die in de zomer van 1683 bezig is de cello uit te vinden terwijl de stad in die maanden wordt belegerd door de Turkse troepen. Ik moet het manuscript in juli volgend jaar inleveren. Ik hoop dat ik dat red”.

Het is volgens Balcı opvallend dat er wel Marokkaanse schrijvers zijn in Nederland, maar amper Turkse. “Ik denk dat Turken voor het snelle, grote geld gaan. Ze zijn succesvoller als ondernemers. Turken hebben meer met geld, auto’s en eigen huizen dan met literatuur. Ze zitten ook veel meer in de handel. Hun ouders stimuleren dat. Men vraagt ook wel eens waarom er zo weinig Turkse voetballers of artiesten in Nederland zijn. Die zijn er wel, maar die gaan gewoon naar Turkije. Daar kunnen ze veel meer geld verdienen dan in Nederland. Turken zijn gewend om op korte termijn te denken. Misschien hebben Marokkanen ook meer feeling voor schrijven dan Turken. Turks is toch wel heel anders dan het Nederlands. Turken zullen meer fouten blijven maken, vooral met lidwoorden. Marokkanen zullen altijd beter zijn met de Nederlandse taal, omdat het Arabisch en het Nederlands niet zo ver uit elkaar liggen. Als je weet dat je er moeite mee hebt en de taal niet echt onder knie zult krijgen, dan ga je ook niet journalistiek studeren of proberen schrijver te worden. Dan ga je andere dingen doen en je andere talenten ontwikkelen.”

De Turkse literatuur trekt de laatste jaren steeds meer aandacht buiten Turkije. Vooral sinds Orhan Pamuk, een van de belangrijkste hedendaagse Turkse schrijvers, in 2006 de Nobelprijs voor de literatuur kreeg. Pamuk schreef bestsellers als De witte vesting, Het huis van de stilte, Het zwarte boek, Ik heet Karmozijn, Sneeuw en Istanbul.

Erdal Balci wijst ook op andere Turkse schrijvers zoals Elif Shafak en zijn jeugdliefde Yashar Kemal. “Zijn klassieker Ince Memed las ik voor het eerst toen ik negen was. Hij heeft me geïntroduceerd in de literatuur, in de vertelkunst. Ik hield van Ince Memed. Ik heb dat boek zeker vier keer achter elkaar gelezen. Hoe hij met de taal speelde en hoe hij dingen opbouwde, dat heeft me enorm aangesproken. Yashar Kemal kan heel kleurrijk schrijven en heel goed beschrijven. En hij kan het ook heel spannend maken. Maar als ik nu terugkijk naar zijn boeken heb ik ook wel kritiek. Hij laat iedereen op dezelfde manier praten. Een opa in een dorp praat zoals de helden van Shakespeare; met veel filosofie en zo. Dat is voor mij niet echt geloofwaardig. Dat heeft Orhan Pamuk trouwens ook. Als je Sneeuw leest dan is iedereen ook een filosoof, zelfs de receptionist van een hotel. Mijn favoriete Turkse schrijver op dit moment is Ihsan Oktay Anar (1960). Hij schrijft alleen maar historische romans, maar op een leuke, grappige manier. Heel beeldend ook. Hij is nog niet vertaald in het Engels of het Nederlands, maar hier is hij een fenomeen onder een kleine groep lezers. Het verschil met Pamuk is dat die totaal geen gevoel voor humor heeft terwijl hij in Turkije leeft en de humor hier gewoon op straat ligt. Hij ziet het blijkbaar niet. Ik heb nooit gelachen om een personage van Pamuk. Ik houd van humor, omdat de mens zelf ook een grappig wezen is. Hij wordt op de wereld gezet, heeft weinig informatie over waar hij vandaan komt en waar hij naartoe gaat. Hij is wel bezig, maar op de vraag waarom moet hij het antwoord schuldig blijven. Ik vind dat je de mens op een grappige, komische manier moet benaderen. Bij Ihsan Oktay Anar zie ik dat wel. Bij hem kan je bijna om elk personage lachen. De mens is ook om te lachen. Daarom is de literatuur van Pamuk ook niet levensecht: de humor ontbreekt. Pamuk heeft geen eigen stijl. In elk boek imiteert hij een andere stijl, heel goed, maar niet origineel. Zijn romans lijken op hele mooie complexen, waarover over elke steen is nagedacht. Daar waardeer ik hem wel voor. Maar het is niet zo dat ik op het nieuwe boek van Orhan Pamuk zit te wachten. Wel op het volgende van Ihsan Oktay Anar.”

Zijn favoriete buitenlandse auteurs zijn de Amerikaan John Irving, de Portugees José Saramago, Russische klassiekers als Dostojevski en Tolstoj, William Faulkner, Harry Mulish, Willem Frederik Hermans en Hugo Claus.

Het heeft heel lang geduurd voor Turkse schrijvers zich ontworstelden aan de invloed van ideologie op hun werk, of dat nu communisme of kemalisme was, zo merkt Balci op. “Orhan Kemal (1914-70) was een van de eerste uitzonderingen. Hij was de eerste echte romancier. De meeste Turkse schrijvers zagen het als hun taak om de bevolking op een of andere manier op te voeden. Elk personage diende om een boodschap te verkondigen aan het volk. Daarom zijn ze vaak ook niet echt. Er zijn heel weinig personages uit de Turkse literatuur die in de hoofden van de lezers nog voortbestaan. Oğuz Atay, een pionier van de moderne roman in Turkije, was ook een van de uitzonderingen. Hij is jong gestorven, op zijn 43ste. Hij heeft maar een paar boeken geschreven, waaronder de prachtige roman Tutunamayanlar (The Disconnected, 1972)”.

Zijn vertrek uit Nederland heeft zeker bijgedragen aan zijn ontwikkeling als schrijver, zegt Balci. “Het voordeel van mijn werk als freelancer in Turkije is dat ik heel veel tijd heb gehad om te lezen. In Nederland kon dat niet, want daar had ik het erg druk met mijn journalistieke werk. Ik had een druk sociaal leven, veel vrienden, veel uitgaan. In Ankara had ik niemand, behalve mijn ex-vrouw. Hier schrijf je twee of drie artikelen per week. De rest van de tijd had ik vrij om te lezen. Heerlijk. Ik heb heel veel Amerikaanse literatuur gelezen en Russische klassiekers. De basis was gelegd. Toen had ik genoeg vertrouwen in mezelf en dacht ik: ik kan me eraan wagen. In Nederland had ik onvoldoende basis. Ik heb me hier behoorlijk ontwikkeld”.

Boeken schrijven was eigenlijk altijd al zijn droom. “Al toen ik een jaar of zes was en helemaal toen ik op mijn negende Yashar Kemal las. Ik wilde zoiets ook. Ik wist niet of ik ooit goed genoeg zou kunnen zijn om een boek te kunnen publiceren, maar dat is wel altijd mijn droom geweest”.

Balci zegt van zich zelf dat hij niet zo’n gedisciplineerde schrijver is. “Het kan zijn dat ik heel lang niks doe. En daarna ga ik een week lang achter elkaar door schrijven. Die periode van luiheid is ook wel nodig. Ik moet de ideeën die ik heb laten bezinken. Want als ik constant achter elkaar zou schrijven zou het niet zo goed worden, denk ik. Terwijl ik voetbal lig te kijken, krijg ik een ingeving. Die tik ik meteen onder het verhaal op mijn computer. Waar ik schrijf maakt niet echt veel uit. Mijn eerste roman heb ik in cafes en zo geschreven; in Diyarbakir, Adana, overal. Ik vind het niet echt leuk om te schrijven. Ik doe het niet met plezier; het is een drang die ik niet kan weerstaan. Het is hard werken en het is alsof het een soort verplichting is. Ik heb het schrijven van een roman nu onder de knie. Ik kan personages bedenken en uitwerken. En ik heb het idee dat ik gewoon beter moet worden; betere boeken moet produceren. Het voelt als een verplichting naar mezelf toe”.

Turken in Nederland die ook die drang voelen om schrijver te worden ‘moeten gewoon veel lezen en een soort liefde daarvoor te ontwikkelen’, zegt Balci. “Sommigen hebben die behoefte om over hun eigen leven te vertellen, over hun omgeving, hun ideeën. Dat is het begin. En gewoon beginnen met schrijven, gedichtjes, korte verhalen. Als het talent er is, dan komt dat echt wel naar boven”. 

 

Reageren




*

Dordtse Deniz mag al een jaar Turkije niet uit: ‘Ik hoop op vrijspraak’

Duizenden Turken beboet voor roken in auto, maar aantal rokers neemt nauwelijks af

Horendol van ongevraagde verkooptelefoontjes

Animo mkb-ondernemers voor Turkije daalt dramatisch