Artikelen:
Geniet van Istanbul met Marc Guillet

In de voetsporen van de apostel Paulus

31 mei
2008
Door: Marc Guillet
Er zijn nog geen reacties

in: bijlage AD Reiswereld

Foto: Slawomira Kozieniec

Antakya staat er op het bord bij het binnenrijden van het slaperige Turkse stadje. Maar de traditie is taai en de meeste inwoners hier aan de grens met Syrië spreken nog steeds van Hatay. Zo heette de plaats die tot het referendum van 1939 deel was van het Franse protectoraat Syrië.

Franse en Arabische invloeden zijn nog duidelijk aanwezig. Balkonnetjes van smeedijzer, fraai betegelde gangen en blinden voor de ramen. Veel mensen spreken Arabisch naast Turks. De gerechten zijn scherper gekruid dan in de rest van Turkije. Op het menu in restaurantjes staan ook traditioneel Arabische gerechten zoals hummus en vaak wordt er een schaaltje Spaanse pepers bij geserveerd.

In het oude, stoffige centrum zitten mannen in de schaduw van vijgenbomen domino te spelen. Ze roken en slurpen bitterzoete zwarte thee uit tulpvormige glaasjes.

Plots klinkt er een gil. Een toeriste deinst van schrik achteruit wanneer een levenloze koeienkop haar aanstaart vanaf een krukje op het trottoir met daarnaast een leeg theeglaasje. Het hulpje van de slager grinnikt en schudt vertwijfeld het hoofd. Hij spoelt het bloed van een andere koeienkop af met een tuinslang en zet ook deze voor de stoep van de slagerij. Heel gewoon in deze contreien.

Bij de ouderwetse herenkapper, met een interieur uit de jaren ’50, wordt een klant met de kwast geschoren en hangen handdoeken op een rek op de stoep te drogen.

Mannen met snorren en zware stoppelbaarden eten aan formica tafeltjes voor een simpel eethuisje ciger kebab (geroosterde lever) en iskembe soep (pens van kalf of lam met knoflook en azijn).

De kerk van St. Petrus

‘De kerk van St. Petrus?’ De kok laat zijn lange mes even rusten naast de ronddraaiende en druipende döner kebab, kijkt met een blik vol onbegrip naar de buitenlandse bezoeker en fronst het voorhoofd. Een van de klanten heeft de vraag gehoord en zegt ‘Bedoel je de kerk van Saint Pierre?’ Op de bevestigende knik geeft hij aanwijzingen hoe het oude kerkje in een grot boven de stad gevonden kan worden. Het lijkt simpel. Maar Antakya is nog niet echt ingesteld op buitenlandse toeristen, die op zoek zijn naar van de sporen van het vroege christendom. Richtingbordjes in het Engels, Duits of Frans ontbreken. Met de wetenschap dat het Turks alles fonetisch schrijft kom je toch een eind. Dat blijkt aan de industriële rand van het provinciestadje op de hoek van een zijstraat die naar boven leidt. Daar staat het in duidelijk Turks: Senpiyer Caddesi (de Saint-Pierrelaan).

Laan is wat teveel gezegd. Het is niet meer dan een verhard pad. Op de weg naar boven worden we begroet door Necla, een 40 jarige christelijke vrouw, die de was aan de takken van een boom te drogen hangt. “Kom even thee drinken”, zegt ze uitnodigend. “Het is veel te warm om zo naar boven te gaan”. Met handen en voeten, plus wat steenkolen Turks van onze kant, begrijpen we van haar dat er steeds meer christelijke toeristen komen naar deze zuidoostelijke uithoek van Turkije, omdat ze nieuwsgierig zijn naar de nalatenschap van de apostel Paulus, die na de dood van Jezus het nieuwe geloof van naastenliefde in Anatolië verspreidde.

Lucas, een van de vier evangelisten, woonde in deze stad en had een grot in een van de hellingen. Hij stelde zijn grot ter beschikking van de groeiende gemeenschap christenen om er samen te bidden. De wandeling naar boven is de moeite waard. Niet alleen de wetenschap dat deze vroeg-christelijke grotkerk een van de eerste kerken van de jonge christelijke sekte was maakt het bezoek bijzonder. Vanaf deze plek in de heuvels heb je ook een prachtig uitzicht op Antakya. Zowel de apostel Petrus als Paulus hebben de stad en de kerk bezocht. En samen met Barnabas hebben ze de kleine gemeenschap van Jezus-aanhangers hier uitgebreid.

Het is nu moeilijk meer voor te stellen, maar in die dagen was dit slaperige provinciestadje het bekende Antiochië-aan-de-Orontes, een Grieks-Romeinse metropool met een half miljoen inwoners, die in schoonheid alleen werd overtroffen door Rome. Uit Jeruzalem gevluchte volgelingen van Christus begonnen in deze hoofdstad van de belangrijke Romeinse provincie Syrië joden en aanbidders van traditionele goden te bekeren. In Antiochië noemde men de aanhangers van Jezus voor het eerst christenen. Antiochië groeide uit tot een van de eerste bolwerken van de nieuwe godsdienst.

Zendingsreizen van Paulus

Van hieruit vertrok de apostel Paulus voor zijn drie grote zendingsreizen, die samen tien jaar duurden.

Paulus was van alle apostelen de meest reislustige. Zijn evangelisatietochten om de inwoners van Anatolië, Griekenland en Macedonië tot het nieuwe geloof in Jezus te bekeren, waren moeilijk en gevaarlijk. Hij beschreef het zelf: “Voortdurend was ik onderweg, bedreigd door rivieren, rovers en vreemdelingen, in gevaar in de stad, in de woestijn, op zee en te midden van schijngelovigen. Ik heb gezwoegd en geploeterd, vaak zonder te slapen, hongerig en dorstig, vaak zonder te eten, verkleumd en zonder kleren”.

Paulus werd geboren in een streng joods gezin in de toenmalige kosmopolitische havenstad Tarsus, aan de zuidoostelijke kust van wat nu Turkije is. Hij sprak Aramees, Hebreeuws, Grieks en Latijn. Als jonge man studeerde hij in Jeruzalem voor rabbijn en hij leerde het ambacht van tentenmaker, waarmee hij de kost verdiende tijdens zijn lange zendingsreizen. De grondlegger van het christendom bezocht antieke steden zoals Philadelphia, Antiochië-in-Pisidië, Pergamom en Efese, bleef daar geruime tijd om inwoners te bekeren en er een christelijke gemeente op te zetten en trok dan weer verder.

Al deze steden – of ruines ervan – liggen in Turkije. Wie in de voetsporen van de apostel Paulus door Anatolië reist, wordt getroffen hoe de brieven van de apostelen in deze islamitische omgeving tot leven komen. ‘Een soort cultuurschok’, noemt toerist Bert van Oosterhout het. “Niet de schok van alles is anders. Eerder het tegenovergestelde. De geuren en de kleuren, de dorpen en de stadjes, de amfitheaters en de klassieke straten zijn die uit het (West)Romeinse rijk en Griekenland. Waarom zou het anders zijn, hier in het voormalige Oost-Romeinse rijk? We hadden het ons alleen tevoren niet gerealiseerd”.

In Tarsus herinnert vrijwel niets meer aan de tijd die Paulus hier doorbracht. De gerestaureerde oude huizen, de Paulus-waterput en het zogeheten Paulus-huis hebben niets met de apostel te maken, maar de warme gastvrijheid van de Turkse inwoners maakt veel goed.

In Konya – het vroegere Iconium, waar Paulus preekte – bezoeken we het praalgraf van Mevlana, de grootste mystieke dichter van de islam wiens levensbeschouwing draaide om liefde en verdraagzaamheid. Het is nog steeds een bedevaartsoord. In het mausoleum hangt een serene, gewijde stilte. Pelgrims bidden er met open handpalmen vragend ten hemel gericht.

Buiten de gebaande paden

Een minibusje brengt ons naar de ruines van Antiochië-in-Pisidië op een heuvel boven het stadje Yalvaç. Het is er weldadig rustig en je voelt je er als een ontdekkingsreiziger en amateur archeoloog. Het massatoerisme dat in het seizoen trekpleisters als Efese en Troje overspoelt, is afwezig omdat het buiten de gebaande paden van de touroperators ligt. De stad die Paulus hier in 46 aantrof was een kosmopolitische, Romeinse nederzetting. Eerst probeerde hij de plaatselijke joden te bekeren door hen op de sjabbat toe te spreken in hun synagoge. Het zou zijn langste preek worden. En we weten nog waar dat was: op de plaats waar nu de resten zijn van een byzantijnse kerk, die was gebouwd op de grondvesten van de afgebroken synagoge. Heel bijzonder om over dezelfde straatstenen te lopen als Paulus. Spectaculair is verder het uitzicht op het antieke Romeinse aquaduct.

Net als Paulus zakken we langs de kust van de Egeische Zee af naar Troje (nu Truva), Assos (nu Behramkale), Pergamom (nu Bergama), en Akhisar en Sart die behoorden tot de Zeven kerken van de Apocalyps. Via Alashehir (het bijbelse Philadelphia) bereiken we Efeze, waar de apostel Paulus drie jaar heeft gewoond. Er brak een oproer uit onder de inwoners van de mondaine stad onder aanvoering van de zilversmeden, die verontwaardigd waren over Paulus’ donderpreken tegen afgoderij en zedenbederf, omdat zij vreesden dat daardoor hun handel in de beeldjes van de godin Artemis in gevaar zou komen. Door de bedarende woorden van een van de bestuurders van de stad konden Paulus en zijn medewerkers ternauwernood ontsnappen aan een lynchpartij.

Boven de ruinestad is het huisje, waar Moeder Maria haar laatste levensjaren zou hebben doorgebracht, een waar pelgrimsoord. Toeristen Ze schrijven hun gebeden op papiertjes en van de bomen gevallen bladeren en spelden deze op de gebedenmuur. Paus Paulus VI, paus Johannes Paulus II en paus Benedictus XVI hebben het huisje bezocht.

Diverse bezoekers hebben een religieuze ervaring. Zoals de alleenstaande Canadese arts Meredith Hawkins uit New York. “Tijdens de mis ’s ochtends vroeg scheen de zon. Het was alsof ik de contouren van een duif zag in de zonnestralen. Toen ik naar de kelk keek op het altaar voelde ik iets trekken aan mijn hart. Het voelde als een soort roeping. Ik voel me vaak onzeker over wat ik doe met mijn leven. Deze reis en deze ervaring hebben mij de zekerheid gegeven dat God een plan voor mij heeft.”

Reageren




*

Dordtse Deniz mag al een jaar Turkije niet uit: ‘Ik hoop op vrijspraak’

Duizenden Turken beboet voor roken in auto, maar aantal rokers neemt nauwelijks af

Horendol van ongevraagde verkooptelefoontjes

Animo mkb-ondernemers voor Turkije daalt dramatisch