Artikelen:
Geniet van Istanbul met Marc Guillet

Turkse juristen plegen staatsgreep

1 apr
2008
Door: Marc Guillet
Er zijn nog geen reacties

Istanbul – Turkije is geen gewoon land. Het tooit zich sinds zijn onafhankelijkheid in 1923 onder generaal en staatsman Mustafa Kemal Atatürk met politieke termen die westers klinken, maar in de praktijk toch anders uitpakken.

In sommige opzichten lijken de reflexen van het staatsapparaat meer op die van buurlanden als Iran, Irak (onder Saddam) en Syrie, dan op die van Engeland, Duitsland of Nederland. De aanklacht van de hoogste openbare aanklager in Turkije, Abdurrahman Yalcinkaya, tegen de gematigd islamitische regeringspartij AKP wegens het ondermijnen van de seculiere staatsprincipes is voor velen een schokkende interventie door justitie in het politieke proces. Een juridische staatsgreep tegen een conservatieve, maar pro-westerse partij die alle andere sabotagepogingen van het staatsapparaat heeft overleefd.


Vorig jaar dreigden de generaals met een staatsgreep toen het parlement de religieuze AKP-minister van Buitenlandse Zaken, Abdullah Gül, tot president wilde kiezen. De belangrijkste oppositiepartij CHP – de politieke spreekbuis van het leger in het parlement – deed ook een duit in het zakje en deed een beroep op het Constitutionele Hof om de spelregels tijdens de verkiezing te veranderen. De hoogste rechters in het land, die niet de bescherming van de rechten van de burgers maar het in stand houden van de voorrechten van de staat als hun belangrijkste taak zien, besloten conform de wensen van de oppositie en het leger en maakten een verkiezing van Gül onmogelijk door een creatieve proceduretruc.
Vervroegde verkiezingen waren onvermijdelijk om uit de impasse te komen. De regeringspartij van de charismatische premier Erdogan won deze glansrijk. Hij kreeg veel meer zetels en niet minder dan 47% van de stemmen. De interventie van de militairen en het Constitutionele Hof hadden averechts gewerkt. De kiezers stuurden de Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) met een groter mandaat terug naar het parlement om hun pro-EU koers en liberale hervormingen verder uit te bouwen. En Abdullah Gül werd toch tot president gekozen.
Achter de kreten ‘het secularisme is in gevaar’ en ‘de AK partij maakt van Turkije een tweede Iran’ gaat een machtsstrijd schuil tussen het oude en het nieuwe Turkije; tussen de gevestigde kemalistische elite en de opkomende Anatolische bourgoisie – in het bedrijfsleven vertegenwoordigt door de ‘Anatolische tijgers’ – die aan de poorten van de macht kloppen en met hun conservatieve normen en waarden hun plaats opeisen in de maatschappij: de regering, de universiteiten, het staatsapparaat en het bedrijfsleven. Wat er aan de hand is, is niet een ‘islamisering’ van de Turkse samenleving maar een democratisering en een normalisering. De religieuze en conservatieve krachten die door de radicale, autoritaire machthebbers altijd zijn onderdrukt, groeien in populariteit, omdat zij de liberale democratie omarmen en het moderne Turkije vertegenwoordigen.
De oude elite die van de uitspraken en idealen van de pragmatische Mustafa Kemal Atatürk een dogmatische staatsideologie hebben gemaakt – het kemalisme – beschouwt ieder die het waagt daar nuanceringen in aan te brengen als ‘staatsgevaarlijk’. Het Constitutionele Hof fungeert als de Inquisitie. En de 11 magistraten bepalen wie ‘ketters’ is en welke partijen verboden en ontbonden moeten worden.
Secularisme betekent in Turkije geen vrijheid van godsdienst en scheiding van staat en godsdienst, maar een autoritaire controle van de godsdienst door de staat. Partijen, zoals de AK partij, die pleiten voor meer vrijheid van godsdienst en politici, zoals premier Erdogan en president Gül, die er openlijk voor uitkomen praktiserende moslims te zijn, worden door de elite als crimineel en staatsgevaarlijk afgeschilderd. Overdreven? Lees de ‘strafbare feiten’ maar die in de 162 pagina’s worden opgesomd van de aanklacht tegen de AK partij. Een daarvan is de zin ‘Dat Allah genade mag hebben met de zielen van onze collega’s die zijn overleden’, die een lokale bestuurder van de AK partij had geschreven in een circulaire.
In het moderne Turkije zijn sinds 1923 al 26 partijen verboden. In 1998 verbood het Constitutionele Hof de regerende Refah Partisi, een voorganger van de AK partij waarvan zowel Erdogan als Gül, lid waren. En ook tegen de Koerdische partij DTP is vorig jaar een ontbindingsprocedure gestart.
In een land met een democratische grondwet zo zoiets niet mogelijk zijn, maar Turkije zit opgescheept met een autoritaire grondwet van het generaalsbewind uit 1982. In een land met een echte scheiding van staat en godsdienst; vrijheid van meningsuiting en een onafhankelijke rechterlijke macht zouden militaire en juridische interventies in de politiek niet mogelijk zijn. Maar zo’n land is Turkije nog niet.

Reageren




*

Vakantietijd? Dat is werken op het land en naar koranles

‘We willen geen Syriërs’ zeggen steeds meer Turken en Libanezen

Nederlandse moeder met baby toch vrij na nieuwe arrestatie in Istanbul

Rotterdamse vrouw met baby mag eindelijk Turkse cel uit