Artikelen:
Geniet van Istanbul met Marc Guillet

MBO moet internationaler

17 jan
2008
Door: Marc Guillet
Er zijn nog geen reacties

Kizilcahamam – Studenten in het beroepsonderwijs moeten meer in het buitenland studeren en stage lopen. Dat verruimt hun blikveld en hun kansen op de arbeidsmarkt. Dat heeft staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (Onderwijs) gezegd tijdens het congres ‘Een Gezamenlijke Toekomst’ van het Nederlands Instituut voor Hoger Onderwijs in Ankara (NIHA).

Om dat te bereiken moeten er in Turkije meer stageplaatsen en uitwisselingsprogramma’s gecreeerd worden, aldus Van Bijsterveldt. Nederland heeft een goede reputatie en veel ervaring op het gebied van beroepsonderwijs. De staatssecretaris sprak de bereidheid uit om de werkwijze van ROCs’ – met hun kwalificatiedossiers en praktijkcomponent – te delen met Turkse instellingen voor beroepsonderwijs.

In Turkije staat het beroepsonderwijs bij ouders en studenten laag aangeschreven. De reputatie is slecht doordat velen deze vorm van onderwijs zien als een ‘vergaarbak voor mislukte scholieren die niet geslaagd zijn voor het nationale toelatingsexamen voor de universiteiten’, aldus docent Erkin Cam van het Cappadocia College. Er is een gebrek aan professionele vakleerkrachten, aldus Cam. ‘Verder is er weinig animo bij Turkse studenten in het beroepsonderwijs om Engels te leren. Er zijn weinig stageplaatsen. Stagiaires worden vaak gebruikt voor werk onder hun niveau. En er is te weinig samenwerking tussen opleidingen en de particuliere sector’.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt wees er op dat het middelbaar beroepsonderwijs in Nederland en Turkije op dit moment amper op elkaar aansluiten. ‘Ht mbo in Turkije moet daar echt nog een slag in maken’, aldus de staatssecretaris.

Voor Nederlandse studenten met een Turkse achtergrond, die volgens Van Bijsterveldt ‘kwetsbaar zijn’ en ‘in zekere zin gevangen zitten tussen twee culturen’ kan het goed zijn om nader kennis te maken met het land van hun ouders. Zij noemde de samenwerking tussen het Mondriaan College en een Lyceum in Istanbul als voorbeeld. Daar krijgen Nederlandse jongeren van Turkse afkomst een opleiding om ‘gastheer’ en ‘gastvrouw’ te worden voor de honderdduizenden toeristen die in 2010 Istanbul zullen bezoeken als Culturele Hoofdstad van Europa. Een ander voorbeeld is Nederlands-Turkse jongeren die op een ROC in Twente worden opgeleid voor toerisme, recreatie en de dienstensector in Turkije.

Turkije is – naast India en Rusland – een van de prioriteitslanden van de ministeries van Economische Zaken en OCW. Om die reden is de staatssecretaris er ook voorstander van dat het mogelijk wordt voor studenten om hun studiefinanciering ‘mee te nemen’ naar derde landen buiten de EU.

Van Bijsterveldt komt eind februari met meer details wanneer zij haar ‘strategische agenda voor het beroepsonderwijs’ publiceert. Internationalisering van het beroepsonderwijs zal daarin een belangrijke pijler zijn.

Tijdens het tweedaagse congres in Kizilcahamam, 100 km buiten de hoofdstad Ankara, waren 250 Turkse en Nederlandse deelnemers die tijdens werkgroepen nieuwe projecten uitwerkten en contacten legden. De Universiteit van Tilburg tekende een samenwerkingsovereenkomst met de particuliere Bilkent Universiteit en de Hogeschool van Utrecht ondertekende een uitwisselingsprogramma voor techniek en ondernemen met TÖBB, een particuliere universiteit die wordt gefinancierd door Kamers van Koophandel. ‘Het grote voordeel van een universiteit als TÖBB is dat zij sterke banden heeft met het bedrijfsleven’, aldus Peter van Wijk, directeur managementopleidingen van de Hogeschool Utrecht. ‘Zij hebben een enorm achterland aan bedrijven. Afgestudeerde studenten kunnen vaak meteen aan de slag’.

Doeke Terpstra, voorzitter van de HBO-raad, zei erg onder de indruk te zijn geraakt van de potentie van Turkije als dynamisch land met een jonge bevolking. ‘Contacten met topuniversiteiten als Bilkent en Middle East Technical University maken ons duidelijk hoe het bedrijfsleven en hoger onderwijs hier samenwerken. En het brengt de Nederlandse deelnemers op ideeen van creatieve financiering’. Zo betalen Turkse bedrijven geen belasting over dat deel van de winst dat ze investeren in hoger onderwijs.

Het hoge collegegeld en de hoge kosten van levensonderhoud in Nederland voor Turkse studenten – samen minimaal 20.000 euro – is vaak nog een obstakel om in Nederland te gaan studeren. Terpstra: ‘Nederlandse bedrijven die een vestiging hebben in Turkije zouden de kosten van een masteropleiding voor hun rekening kunnen nemen. In ruil voor sponsoring tekent de student een contract waarin hij belooft om voor een minimum aantal jaren bij het bedrijf in Turkije te werken. Dat is winst voor alle partijen’.

 

Reageren




*

Dordtse Deniz mag al een jaar Turkije niet uit: ‘Ik hoop op vrijspraak’

Duizenden Turken beboet voor roken in auto, maar aantal rokers neemt nauwelijks af

Horendol van ongevraagde verkooptelefoontjes

Animo mkb-ondernemers voor Turkije daalt dramatisch