Geduld met Turkije raakt op in Brussel
Istanbul – ‘Hij begon als een Obama maar gedraagt zich de laatste tijd steeds meer als een Bush’. Op die manier verwoorden liberalen in Turkije hun frustratie over premier Erdogan. Van een enthousiaste hervormer die democratisering en rechten voor minderheden hoog in het vaandel voerde, opereert hij volgens hen nu als een intolerante nationalist die het schieten op Koerdische demonstranten goedkeurde en die critici toebijt ‘hou van Turkije of rot op’.

In 2003, 2004 en 2005 deden hij en zijn Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) er alles aan om oude Turkse wetten te veranderen, de rol van de staat en het leger in politiek en economie terug te dringen en Turkije ook in vele andere opzichten te moderniseren. De wet- en regelgeving van de Europese Unie was het ijkpunt, want Erdogan wilde niets liever dan zo snel mogelijk het groene licht uit Brussel krijgen voor een toekomstig lidmaatschap van de EU. Eind 2004, onder Nederlands voorzitterschap, werd het harde werken van de AKP beloond en besloten de Europese regeringsleiders toetredingsonderhandelingen te beginnen met Turkije. Premier Erdogan werd bij terugkeer in Ankara als een nationale held verwelkomd met vuurwerk, confetti en talloze Turkse vlaggen. >>>




