Artikelen:
Geniet van Istanbul met Marc Guillet

‘Romans zijn als musea’

22 sep
2017
Door: Marc Guillet
Er zijn nog geen reacties

Foto’s: Slawomira Kozieniec

Nobelprijswinnaar over het verdriet van Turkije

In zijn nieuwe roman ‘De vrouw met het rode haar’ zet de Turkse Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk het heden af tegen het verleden. Vrolijk wordt hij daar niet van.

In zijn zomerhuis op Büyükada, een autovrij eiland voor de kust van Istanboel, ontvangt de Turkse Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk (65) onze correspondent. Een gesprek over zijn tiende roman ‘De vrouw met het rode haar’ waarvan deze week de Nederlandse vertaling verschijnt. Ook over zijn gewoontes als schrijver, de vernietiging van het Istanboel van zijn jeugd, en de politieke ontwikkelingen in Turkije.

Piepend komt het paardenkoetsje tot stilstand, bij het adres dat Pamuk stuurde. Op het afgesproken tijdstip gaat het roestige hek van de verwaarloosde tuin open. Verontschuldigend zegt de schrijver: ‘dit is niet mijn huis hoor, ik huur het in de zomer’. De trappen af, het huis door, naar een ruim terras dat uitkijkt op Sedef, een van de kleinere Prinseneilanden. “Daar woont mijn dochter Rüya (26)”, wijst hij.

Voor het raam van de slaapkamer (bed vol boeken) staat een tafel bedekt met een groen kleed. Dit is zijn werkplek, elke dag, zeven dagen per week. Zijn schrijftafel ligt vol pennen, potloden, een rood notitieboekje, een schaar, een leeslamp, zijn horloge, en een ringband schrijfblok A-4 formaat met wit ruitjespapier waarop hij met vulpen en zwarte inkt werkt aan alweer een nieuwe roman.

“Waarom? Ik hou van de geur van inkt en papier. Bovendien schreven Jean-Paul Sartre en Thomas Mann, twee van mijn favoriete auteurs ook op ruitjespapier.” Hij onthult nog een ander gebruik dat hij overnam van Mann. “Die zei dat hij zijn roman Buddenbrooks had geschreven met een groen tafelkleed onder zijn notitieblok. Ik wilde ook romancier worden en nadat ik dat gelezen had begon ik een groen tafelkleed te gebruiken bij het schrijven”.

Pamuk publiceerde 17 boeken, tien daarvan romans. In 63 talen worden ze gelezen en zeker 14 miljoen lezers kochten een of meerdere exemplaren.

Is het proces van schrijven nog altijd hetzelfde?

“Ik schrijf nu 41 jaar. Nog steeds is elke zin een krachttoer, met dezelfde intensiteit, zoals een nieuwe stap in het leven. Soms schrijf ik drie zinnen achter elkaar. Dan moet ik weer 40 minuten nadenken over de volgende. Ik verscheur waar ik niet tevreden over ben. Per jaar schrijf ik zo’n 180 bladzijden. Ik ben een trage schrijver. Maar ik klaag niet. Ik ben gelukkig wanneer ik schrijf.”

Is de drang om romans te schrijven in de loop der jaren toegenomen?

“Bij mijn eerste boeken was het een bewuste beslissing. Later werd het een drang. Wanneer ik hier alleen rond 4 uur ’s nachts met een beetje whiskey op dit balkon zit dan denk ik even na over de zin van het leven, maar al snel borrelen ideeën op over een nieuw boek. Ik maak aantekeningen in dit notitieblokje. Voor de roman die ik nu schrijf Nights of Play begon ik in 2013 materiaal te verzamelen in een schrift. Ik heb nu 10 projecten in voorraad.”

Wat is uw werkritme?

“Vroeger, voor de komst van mijn dochter Rüya, werkte ik tot 4 uur ’s nachts terwijl ik rookte en koffie en thee dronk. Ik sliep tot het middaguur. Net als Dostojevski. Toen mijn dochter er was begon ik vroeg op te staan, rond half zes, werkte wat, maakte ontbijt voor haar en mijn ex-vrouw, en bracht Rüya naar school. Wanneer ik net wakker ben is mijn geest vers en het helderst. Ik check niet eerst mijn e-mail. Vermijd de kranten op dat tijdstip want ik wil mijn hoofd niet vervuilen met het altijd weer droevige, slechte en demoraliserende nieuws over Turkije.

Rond half 9 gaat Asli, mijn vriendin, met de veerboot naar haar werk. Voor ze vertrekt tekent ze een roze hartje in de kantlijn van mijn schrift waar ik op dat moment ben met schrijven. Kijk maar, hier”, zegt hij terwijl hij door zijn schrift bladert. “Bij thuiskomst doet ze dat weer om te checken hoeveel ik die dag heb geschreven. Zo stimuleert ze mijn discipline”, zegt Pamuk en hij schatert het uit. En dan met nadruk. “Daar gaat het allemaal om, discipline. Schrijver zijn is het managen van je geest. Het gaat niet alleen om het schrijven van de tekst maar om het managen van jezelf zodat je de tekst schrijft”.

In welk opzicht verschilt deze roman van de vorige?

“Ik heb mezelf gedwongen om een korte roman te schrijven. Het ergert me soms dat ik die vorm moeilijk vind. Dat komt doordat ik een encyclopedische verbeeldingskracht heb. Zo’n 25 jaar geleden sprak een oudere dame me aan en zei ‘ik ken u, ik hou van uw boeken en heb ze allemaal gelezen’. Ik was als een kleine jongen zo blij met haar vleiende woorden. “Schrijf weer een lange roman”, zei ze toen ze afscheid nam. Maar met deze roman heb ik me de zelfdiscipline opgelegd om het kort te houden”.

Cem, de hoofdfiguur, doet vakantiewerk bij een oude puttengraver. Later wordt hij projectontwikkelaar. Is zijn loopbaan een metafoor voor de ontwikkeling van Istanboel?

Het is geen metafoor, het is een realistische beschrijving van wat er in de stad gaande is. Als bouwondernemer kan hij alleen maar succesrijk zijn door te doen wat zijn concurrenten doen: smeergeld betalen of aandelen geven aan de autoriteiten. Daar voelt hij zich schuldig over, omdat zijn vader een linkse activist is en hij conservatieve islamisten op de wang zoent en de handen drukt om geld te verdienen. Het was goed om die richting in te gaan, omdat deze roman gaat over schuldgevoelens. Freudiaanse schuldgevoelens uit het oedipuscomplex over de zoon die de vader doodt, en tevens over een vader die zijn zoon doodt, zoals in het Perzische heldendicht Boek der Koningen van dichter Ferdowsi waarin Rostam zijn zoon Sohrab doodt.

De regering lijkt weinig respect te hebben voor gebouwen in Istanboel die niet uit de Ottomaanse tijd zijn. Stoort u dat?

“De ironie is dat de partij van president Erdogan, die duidelijk conservatief is, onstuitbaar bezig is het oude Istanboel te moderniseren. In een aantal gevallen is dat onvermijdelijk in een snel groeiende metropool. Maar in mijn vorige roman Dat vreemde in mijn hoofd beweer ik dat onze identiteit niet alleen kan worden gebaseerd op onze godsdienst, maar ook op alles wat verband houdt met onze geschiedenis. De autoriteiten vernietigen echter alles wat te maken heeft met ons seculiere tijdperk als ze er geen geld uit kunnen slaan.”

Zoals in het meeste van uw werk graaft u weer in de geschiedenis. Waarom?

“Er is geen heden en geen identiteit zonder verleden. De geschiedenis geeft betekenis aan wat we nu doen. De Turkse verwestersing van de afgelopen 200 jaar is helaas doordesemd van vergeten. We zijn afgesneden van onze klassieke teksten. In Iran niet. Daar leeft de oude Perzische poëzie en citeren mensen uit alle sociale lagen nog uit de werken van hun nationale dichters. Eigenlijk zeg ik in al mijn boeken dat verwestersing zou moeten gaan om modernisering. Niet om vergeten maar om herinterpreteren en in een moderne manier herschrijven van de klassieke verhalen. Met trots zeg ik dat ik dat in deze roman ook doe. Romans zijn als musea: we willen daarin details van onze levens conserveren”.

Gülcihan, de vrouw met het rode haar, is een sterke, feministische vrouw. Bent u zelf feminist?

“Hoe kan een Turkse man feminist zijn? Die twee zijn totaal in tegenspraak met elkaar. Ik doe mijn best, in ieder geval in mijn vorige roman Dat vreemde in mijn hoofd en in deze waarin ik laat zien hoe ongelijk vrouwen worden behandeld in de Turkse samenleving.”

Is deze roman ook een poging om de wortels van het autoritaire systeem in Turkije te begrijpen?

“Dit boek is twee-in-een: een verhaal over ideeën én een verhaal dat de werkelijkheid weerspiegelt. Heel schematisch gezegd, een onderzoek naar de achtergronden van autoritair gedrag in Azië en individualisme in Europa via het verhaal van koning Oedipus van Sophocles uit Griekenland en het Boek der Koningen van Ferdowsi uit Iran.”

Bent u bezorgd dat de vrijheid van meningsuiting  steeds meer aan banden wordt gelegd?

“Ik ben niet bezorgd over mezelf. Maar er zijn zoveel journalisten achter tralies opgesloten. Sommigen zijn mijn vrienden. Dat is niet pijnloos. Zeker 130.000 mensen zijn ontslagen en kunnen nooit meer voor de overheid werken. Ongeveer 50.000 anderen verdwenen in gevangenissen. De regering bouwt nieuwe huizen van bewaring omdat er te weinig ruimte is in de huidige strafinrichtingen. Bovendien zitten er ongeveer 160 journalisten in cellen. Er is geen democratie zonder vrijheid van meningsuiting. Van de veertien nationale kranten worden er twaalf gecontroleerd door de regering. Van de overige twee zitten journalisten in de gevangenis en lopen processen. In de jaren 2009 en 2010 hadden we meer persvrijheid en vrijheid van meningsuiting dan ooit. Sindsdien holt het achteruit. Politici polariseren steeds meer, lokken conflicten uit met landen in Europa. De autoriteiten zeggen nu ‘wij hebben geen Europese maar een Turkse democratie’. Ik ben niet optimistisch over de kans van slagen van deze uitvinding. De enige reden dat de journalisten in de gevangenis zitten is hun journalistieke werk. Dat is onaanvaardbaar. Het geeft me de verantwoordelijkheid om me daartegen uit te spreken en het geeft me veel schuldgevoel. Net zoals mijn roman vol schuldgevoel zit”.

Recensie

Mysterieus verhaal

De vrouw met het rode haar (De Bezig Bij €23,-) is een mysterieus verhaal over haat-liefde relaties tussen vaders en zonen, passie en moord, en de vernietiging van een van Pamuks grote liefdes, het oude Istanboel.

In dit boek gaat Pamuk verder op de nieuwe weg die hij insloeg met zijn vorige roman Dat vreemde in mijn hoofd. Welgestelde burgers staan niet langer centraal. Puttengraver Mahmut is een van de conservatief religieuze migranten van het arme platteland, die de afgelopen decennia met miljoenen in Istanbul zijn neergestreken.

Commentaar op de politieke ontwikkelingen in Turkije zit fraai verweven in deze spannende psychologische parabel.

****

Marc Guillet

 

Reageren




*

Nederland met $1,5 miljard topinvesteerder in Turkije

‘Turkse regering gijzelt Amerikanen’

Schoonzoon aller Turken mag al een jaar niet naar huis

‘Romans zijn als musea’