Artikelen:
Geniet van Istanbul met Marc Guillet

‘Elke dag brandt de pijn als vuur in mijn hart’

15 jul
2017
Door: Marc Guillet
Er zijn nog geen reacties

Sincan

Rebellerende Turkse generaals en officieren probeerden een jaar geleden met een bloedige staatsgreep de macht te grijpen. Hülya Celik werd in die nacht weduwe. “Ik ben trots op mijn man. Yusuf hield zielsveel van zijn land”.

Het is tegen middernacht, 15 juli 2016. Chaos, verwarring en angst heersen in de straten en huiskamers. Tanks en gepantserde voertuigen van rebellen omsingelen het hoofdkwartier van de generale staf in de hoofdstad Ankara.

Met wapens in de aanslag en vingers aan de trekkers nemen putschisten daar generaal Hulusi Akar, de chef van de generale staf, en andere loyale militairen gevangen.

Is president Erdogan veilig? Is hij gevlucht naar het buitenland? Om 0.26 uur komt aan die onzekerheid een eind. Erdogan roept de burgers via Facetime op de straat op te gaan en zich te verzetten tegen wat hij een couppoging noemt ‘door een kleine minderheid in de strijdkrachten’.

Yusuf Celik (46) is een van de duizenden die dan al de straat op zijn gegaan. “Hij zei ‘ik ga kijken wat er aan de hand is’. Dat was de laatste keer dat ik hem levend zag”, zegt Yusufs vrouw Hülya. Samen met haar drie dochters Hatice (21), Feyza (16) en Hande (6) bleef ze thuis aan de tv-buis gekluisterd.

Yusuf rijdt vanuit Sincan, een stoffige, conservatieve en arme buitenwijk van Ankara, naar het hoofdkwartier van de strijdkrachten, een half uur verderop. Hij is niet alleen. Anderen zwaaien met bloedrode vlaggen met witte ster en maansikkel en schelden de militairen uit voor ‘landverraders’. Militairen schreeuwen “Kom niet dichterbij of we schieten”. Yusuf negeert de waarschuwingen en trotseert het gevaar. Gevechtsvliegtuigen scheren met oorverdovend lawaai laag over de groeiende protesterende menigte. Overdwars gaat hij op straat liggen, languit op zijn rug, zodat hij de weg verspert voor twee tanks. Dat vreedzame verzet duurt niet lang. Een van de militairen vuurt met zijn ratelende G3 infanteriegeweer op zijn landgenoten. Twee van de kogels treffen Yusuf. Hij sterft ter plekke.

Drie dagen later krijgt zijn vrouw Hülya het verhaal te horen van Ahmet Izgi, de fotograaf die het laatste beeld van haar man vastlegde, liggend voor de dreigende tanks. Samen staat ze nu met hem en haar drie dochters voor een uitvergroting van het beeld dat onderdeel is van een tentoonstelling over het volksverzet tegen de militaire staatsgreep waarbij 249 ‘martelaren’ om het leven kwamen. Heel even spreekt minister Soylu (Binnenlandse Zaken) met haar. Ze wordt bijna onder de voet gelopen door de opdringerige media. Haar dochter Feyza (16) houdt haar moeder beschermend om haar middel vast en kijkt naar haar op met een mengeling van trots en bezorgdheid.

“Ik ben trots op mijn man”, zegt Hülya met haar zachte stem. “Dat is niet iets wat iedereen zou doen. We waren 21 jaar getrouwd. Hij hield zielsveel van zijn land. Bij het horen van het volkslied kreeg hij vaak tranen in de ogen. Ook bij beelden van onze onafhankelijkheidsoorlog. Dus ik ben niet verbaasd dat hij bereid was zijn leven op te offeren om ons te beschermen.”

Hülya is exemplarisch voor de religieus-nationalistische Turken die president Erdogan helemaal niet zien als een intolerante, autocratische leider, die sinds het invoeren van de noodtoestand per decreet regeert als een postmoderne sultan. Voor bijna de helft van de Turken is hij een held, een patriot van ongekende afmetingen die als een halfgod wordt vereerd, en voor wie velen, net als Yusuf, bereid zijn hun leven in de waagschaal te stellen.

In hun ogen is Erdogan de onverschrokken leider die een eind heeft gemaakt aan de discriminatie sinds 1923 door de overheid van vrome, conservatieve moslims met een islamitische levensstijl. Als geen ander beschermt Erdogan de democratie tegen de verwesterde Turkse militairen, die sinds 1960 vier keer een coup pleegden, en sinds zijn AK partij in 2002 aan de macht kwam nog geprobeerd hebben hem op illegale manieren af te zetten. Later geholpen door zijn voormalige bondgenoot Fethullah Gülen. Dat die het brein is achter de couppoging van de ‘als militairen vermomde terroristen’, en Erdogan en de Turkse democratie een dolk in de rug wilden steken met hulp van PKK-terroristen en hun vrienden in de oppositie, daar zijn de Turken die die nacht de straat opgingen heilig van overtuigd. Voor Erdogan-aanhangers als Hülya is de overwinning van 15 juli 2016 op de ‘landverraders’ een historisch keerpunt in de strijd voor democratie en onafhankelijkheid.

Hülya is voorlopig nog niet klaar met de nacht van de staatsgreep. Ze weet welke militair haar man in koelen bloede doodschoot. “Dat was Sinan Sürer. Ik ga zo vaak als ik kan naar het proces tegen hem, hier in het gevangeniscomplex van Sincan”.

Zij was een van de honderden woedende Turken die ‘moordenaars’ en ‘hang ze op’ schreeuwden toen een deel van de 221 militaire hoofdverdachten bijna twee maanden geleden vanuit de gevangenis te voet naar de rechtbank werden geleid.

In de rechtbank, die speciaal voor de processen tegen de coupverdachten in het gevangeniscomplex is gebouwd, is het vandaag rustig. In rechtszaal 19, zo groot als een sporthal, zitten maar 26 familieleden op de publieke tribune, vooral moeders, echtgenotes en dochters.

De circa 30 verdachten worden omringd door zo’n 70 militaire bewakers in camouflagepakken. Op een podium boven hen zitten een mannelijke en vrouwelijke rechter. Geen enkele verdachte heeft zijn advocaat naast zich. Die mogen plaatsnemen op tribunes links en rechts waar plaats is voor zo’n 450 van hen.

Familieleden zitten zeker 40 meter achter de verdachten. Ze krijgen kushandjes toegeworpen, duimen gaan omhoog, hartjes worden met vingers gevormd, en er wordt gezwaaid zodra een of meer van de verdachten achterom kijkt.

Boven de rechters hangt een gouden dodenmasker van Atatürk en zijn uitspraak: ‘Gerechtigheid is de grondslag van de staat’.

Daar hebben familieleden en advocaten weinig vertrouwen in. Typerend is dat niemand met naam en toenaam in de krant durft. “Ik ben bang voor repercussies tegen mijn man”, zegt een van hen. “Mij hebben ze zonder enige vorm van proces en zonder uitleg ontslagen als ambtenaar. Alleen omdat mijn man als verdachte is gearresteerd. Is dat gerechtigheid?”

Sinds de verijdelde staatsgreep zijn er tegen 170.000 Turken juridische procedures gestart. Ruim 50.000 verdachten zitten achter tralies in afwachting van hun proces, dat is een kwart van alle gevangenen. Zeker 103.000 ambtenaren zijn ontslagen en 33.483 geschorst.

In rechtszaal 19 is de stemming bedrukt. Generaal Yildirim Güvenc, die verantwoordelijk was voor de logistiek van de landmacht, staat vandaag in het beklaagdenbankje. Drie maal levenslang luidt de eis. “In het dossier heb ik geen enkel bewijs aangetroffen dat mijn cliënt op enigerlei manier betrokken was bij de coup”, zegt zijn advocaat. Wel komt de naam van de generaal voor op de lijst van de coupplegers met overheidsfuncties voor na het slagen van de coup. Güvenc zou voorzitter worden van de publieke omroep TRT.

“Dit zijn politieke processen”, zegt een andere advocaat in de pauze. “Ik hoop dat de rechters wat moediger worden en zich onafhankelijker gaan opstellen”. Volgens hem zal ‘zo’n 60 procent worden vrijgelaten, omdat ze onschuldig zijn’.

Weduwe Hülya heeft andere zorgen en rouwt om het verlies van haar man. “De pijn is nog vers. Elke dag brandt die als vuur in mijn hart. Ik wil dat Sinan Sürer, die mijn man doodschoot, en de andere schuldigen de doodstraf krijgen. Maar hoe de vonnissen ook uitpakken, ik ben ervan overtuigd dat ze in het hiernamaals hun straf niet zullen ontlopen”.

Reageren




*

‘Geen paniek of slachtoffers bij ons in Bodrum’

Merkel is het helemaal zat

Jihad-les verdringt evolutieleer op Turkse scholen

Turk viert zelden in buitenland vakantie